| Tabel | Attribuut | DATATYPE | LENGTH | ALIAS | Deel van NLCS laagnaam (NLCS object) |
Deel van NLCS symboolnaam | Keuzelijst | Definitie | FilterKey_Tabel |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| LSkabel | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | LSkabel | ||
| LSkabel | Uitvoering | TEXT | 50 | Uitvoering | 4 | UitvoeringLSKabel | Combinatie van eigenschappen van de kabel die de uitvoering uniek benoemen | LSkabel | |
| LSkabel | Kabelopbouw | TEXT | 50 | Kabel opbouw | OpbouwLSKabel | Geeft de kabelopbouw weer zoals aangeduid door de fabrikant | LSkabel | ||
| LSkabel | Fabrikant | TEXT | 50 | Fabrikant | FabrikantKabel | Fabrikant naam die geselecteerd moet worden uit een per netobject specifieke keuzelijst. | LSkabel | ||
| LSkabel | OmschrijvingUitvoering | TEXT | 50 | Omschrijving uitvoering | nvt | Dit attribuut wordt gebruikt voor omschrijving van de uitvoering voor uitvoeringen die niet meer nieuw worden aangelegd. | LSkabel | ||
| LSkabel | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | LSkabel | |||
| LSkabel | DatumFabricage | DATE ONLY | Datum Fabricage | nvt | Dag waarop het object is gefabriceerd dan wel gebouwd. Opmerking: Datum waarop de kabel is gefabriceerd.\nNiet te verwarren met aanschafdatum (niet geregistreerd in GIS) of aanlegdatum (wel geregistreerd in GIS) \nMeestal staat dit gegeven op de mantel van de kabel vermeld. | LSkabel | |||
| LSkabel | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | LSkabel | ||
| LSkabel | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | LSkabel | |
| LSkabel | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | LSkabel | |
| LSkabel | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | LSkabel | |
| LSkabel | Functie | TEXT | 50 | Functie | 1 | FunctieLSKabel | Wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen LS, OV of LSOV | LSkabel | |
| LSkabel | Spanningsniveau | TEXT | 50 | Spanningsniveau | 3 | SpanningsniveauLSKabel | Nominaalspanning waarop de kabel normaliter wordt bedreven | LSkabel | |
| LSkabel | Inmeetwijze | TEXT | 50 | Inmeetwijze | Inmeetwijze | Attribuut dat de wijze van inwinning van de ligging aangeeft. \n | LSkabel | ||
| LSkabel | Nauwkeurigheid | TEXT | 50 | Nauwkeurigheid | NauwkeurigheidXYvalue | Geeft aan wat de nauwkeurigheid is van de ligging van het object. Wordt alleen op kabels en leidingen vastgelegd, niet op de appendages | LSkabel | ||
| LSkabel | RedenNietVerwijdering | TEXT | 50 | Reden niet verwijdering | RedenNietVerwijdering | Het komt steeds vaker voor dat G Leidingen of E Kabels die buiten bedrijf (owel "verlaten") zijn niet kunnen worden verwijderd. In principe behoren deze assets wel verwijderd te worden door de netbeheerder. Als dat niet gedaan kan worden dan dient de "reden voor niet verwijdering" te worden vastgelegd. | LSkabel | ||
| LSkabel | Verbindingnummer | TEXT | 50 | Verbindingnummer | nvt | Nummer waarmee de kabel/verbinding uniek wordt aangeduid. | LSkabel | ||
| LSkabel | Subnettype | TEXT | 50 | Subnettype | 2 | SubnettypeLS | Om onderscheid te maken tussen: Aansluitnet, distributienet en transportnet | LSkabel | |
| LSkabel | Aardingsysteem | TEXT | 50 | Aardingsysteem | Aardingsysteem | Waardenlijst met de mogelijkheden: 'TN', "TT" | LSkabel | ||
| LSkabel | FaseAanduiding | TEXT | 50 | Fase aanduiding | Faseaanduiding | Aanduiding die bij een 1 fase verbinding de fase aanduiding weergeeft (bijvoorbeeld: L1, L2, L3). Bij de standaard 3 fasen verbinding staat er : 3 fasen. | LSkabel | ||
| LSkabel | Bovengronds | TEXT | 3 | Bovengronds | JaNee | Geeft aan of de asset bovengronds is geïnstalleerd (aan LS-mast) | LSkabel | ||
| LSkabel | Zegeltekst | TEXT | 50 | Zegeltekst | nvt | Tekst die op het zegel staat. Het zegel zit fysiek aan de E_Kabel vast. | LSkabel | ||
| LSkabel | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | LSkabel | ||
| LSkabel | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | LSkabel | ||
| LSkabel | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | LSkabel | ||
| LSkabel | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | LSkabel | ||
| LSkabel | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | LSkabel | ||
| LSkabel | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | LSkabel | |||
| LSkabel | Geometry | SHAPE | 3D Lijngeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een lijn, bestaande uit tenminste twee verbonden punten (vertices), waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | LSkabel | |||
| LSmof | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | LSmof | ||
| LSmof | Type | TEXT | 50 | Type | TypeLSMof | Type mof dat is toegepast | LSmof | ||
| LSmof | Fabrikant | TEXT | 50 | Fabrikant | FabrikantLSMof | Fabrikant naam die geselecteerd moet worden uit een per netobject specifieke keuzelijst. | LSmof | ||
| LSmof | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | LSmof | |||
| LSmof | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | LSmof | ||
| LSmof | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | LSmof |
| LSmof | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | LSmof | |
| LSmof | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | LSmof | |
| LSmof | Functie | TEXT | 70 | Functie | 1 | FunctieLSmof | De functie die een mof vervult binnen een E Net. \nVoorbeelden: Verbindingsmof, Aftakmof, Omkokeringsmof. | LSmof | |
| LSmof | FaseAanduiding | TEXT | 50 | Fase aanduiding | Faseaanduiding | Aanduiding die bij een 1 fase verbinding de fase aanduiding weergeeft (bijvoorbeeld: L1, L2, L3). Bij de standaard 3 fasen verbinding staat er : 3 fasen. | LSmof | ||
| LSmof | Verbindingnummer | TEXT | 50 | Verbindingnummer | nvt | Nummer waarmee de kabel/verbinding uniek wordt aangeduid. | LSmof | ||
| LSmof | Subnettype | TEXT | 50 | Subnettype | SubnettypeLS | Om onderscheid te maken tussen: Aansluitnet, distributienet en transportnet | LSmof | ||
| LSmof | DoorverbindingAardeNul | TEXT | 3 | Doorverbinding aarde nul | JaNee | Geeft weer of aarde en nul met elkaar doorverbonden zijn | LSmof | ||
| LSmof | AardeGekoppeld | TEXT | 3 | Aarde gekoppeld | JaNee | Geeft aan of de aardes van de kabels met elkaar zijn gekoppeld | LSmof | ||
| LSmof | NetGekoppeld | TEXT | 3 | Net gekoppeld | JaNee | De fase-aders zijn gekoppeld Ja/Nee. | LSmof | ||
| LSmof | OvlGekoppeld | TEXT | 3 | Ovl gekoppeld | JaNee | De hulpaders OV zijn gekoppeld Ja/Nee. | LSmof | ||
| LSmof | TariefGekoppeld | TEXT | 3 | Tarief gekoppeld | JaNee | De hulpaders Tarief zijn gekoppeld Ja/Nee. | LSmof | ||
| LSmof | NulGekoppeld | TEXT | 3 | Nul gekoppeld | JaNee | De aardes van de kabels zijn met de Nul gekoppeld Ja/Nee | LSmof | ||
| LSmof | Bovengronds | TEXT | 3 | Bovengronds | JaNee | Geeft aan of de asset bovengronds is geïnstalleerd (aan LS-mast) | LSmof | ||
| LSmof | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | LSmof | ||
| LSmof | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | LSmof | ||
| LSmof | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | LSmof | ||
| LSmof | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | LSmof | ||
| LSmof | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | LSmof | ||
| LSmof | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | LSmof | |||
| LSmof | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Geometrische positie (x,y,z) van de locatie van de Mof. Z-coördinaat geeft de diepte van de ligging aan (bovenkant mof tot maaiveld). Het zwaartepunt van de Mof wordt vastgelegd. | LSmof | |||
| OVLoverdrachtspunt | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | Aansluitset | TEXT | 50 | Aansluitset | AansluitsetOvl | Het type aansluitset dat in de mast is toegepast | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | Mastnummer | TEXT | 50 | Mastnummer | nvt | Nummer dat op de mast is aangebracht ter identificatie | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | OVLoverdrachtspunt | |||
| OVLoverdrachtspunt | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | OVLoverdrachtspunt |
| OVLoverdrachtspunt | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | OVLoverdrachtspunt | |
| OVLoverdrachtspunt | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | OVLoverdrachtspunt | |
| OVLoverdrachtspunt | Functie | TEXT | 50 | Functie | 1 | FunctieOvlOverdrachtspunt | Functie >>\n\nDe geschakelde aansluiting komt in meerdere veschijningsvormen voor. Veelal als een aansluitset in een OV Mast, maar ook in OV Kastje waarmee de verlichting van een winkelstraat gevoed wordt. Ook kan er vanuit de geschakelde aansluiting een net van derden (gemeente) gevoed worden. De geschakelde aansluiting dient hierbij als OV Mast primair. \n\nKeuzelijst met bijv: OV Kastje; OV Mast; OV Mast Primair\n\nDimitry: Hoe gaan we om met masten van derden (aantal)? | OVLoverdrachtspunt | |
| OVLoverdrachtspunt | Spanningsniveau | TEXT | 50 | Spanningsniveau | SpanningsniveauLSKabel | Nominaalspanning waarop de kabel normaliter wordt bedreven | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | Doorlaatwaarde | TEXT | 50 | Doorlaatwaarde | Doorlaatwaarde | De doorlaatwaarde in Ampere van de hoofdzekering | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | DoorverbindingAardeNul | TEXT | 3 | Doorverbinding aarde nul | JaNee | Geeft weer of aarde en nul met elkaar doorverbonden zijn | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | Aansluitwijze | TEXT | 50 | Aansluitwijze | AansluitwijzeOvl | Geeft weer hoe de mast is aangesloten op het voedende net: Aftak, mini-ster, rijgaansluiting etc. | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | VoedingEnSturing | TEXT | 50 | Voeding en sturing | VoedingEnSturingOvl | Keuzelijst waarmee wordt vastgelegd op welke wijze de OV aansluiting wordt gevoed en wordt geschakeld | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | Schakeling | TEXT | 50 | Schakeling | SchakelingOvl | Beschrijft of de OV-schakeling de avond, nacht of beiden betreft | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | Kabelmontage | TEXT | 50 | Kabelmontage | Kabelmontage | Geeft weer in hoeverre er sprake is van een stekker in de kabelmontage | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | OVLoverdrachtspunt | ||
| OVLoverdrachtspunt | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | OVLoverdrachtspunt | |||
| OVLoverdrachtspunt | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt. De punt kan een vooraf gedefinieerde verbinding/relatie aangaan met andere objecten (topologie). | OVLoverdrachtspunt | |||
| LSoverdrachtspunt | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | Uitvoering | TEXT | 50 | Uitvoering | UitvoeringLSoverdrachtspunt | De toegepaste uitvoering van componenten waarmee het overdrachytspunt is gebouwd | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | EigenRichting | TEXT | 50 | Eigen richting | JaNee | Geeft aan of de aansluiting een Eigen richting betreft | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | LSoverdrachtspunt | |||
| LSoverdrachtspunt | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | SoortAansluiting | TEXT | 50 | Soort aansluiting | SoortLSAansluiting | Geeft aan op welke wijze de LS aansluiting op het net is aangesloten | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | LSoverdrachtspunt |
| LSoverdrachtspunt | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | LSoverdrachtspunt | |
| LSoverdrachtspunt | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | LSoverdrachtspunt | |
| LSoverdrachtspunt | Functie | TEXT | 50 | Functie | FunctieLSoverdrachtspunt | Geeft het type object weer waarvoor de aansluiting is gerealiseerd. | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | FaseAanduiding | TEXT | 50 | Fase aanduiding | Faseaanduiding | Aanduiding die bij een 1 fase verbinding de fase aanduiding weergeeft (bijvoorbeeld: L1, L2, L3). Bij de standaard 3 fasen verbinding staat er : 3 fasen. | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | InpandigeKabellengte | FLOAT | Inpandige kabellengte | nvt | Geeft de lengte weer van het inpandige deel van de aansluitkabel. Dit deel wordt niet altijd getekend | LSoverdrachtspunt | |||
| LSoverdrachtspunt | Aardingsysteem | TEXT | 50 | Aardingsysteem | Aardingsysteem | Waardenlijst met de mogelijkheden: 'TN', "TT" | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | Doorlaatwaarde | TEXT | 50 | Doorlaatwaarde | Doorlaatwaarde | De doorlaatwaarde in Ampere van de hoofdzekering | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | Kabelmontage | TEXT | 50 | Kabelmontage | Kabelmontage | Geeft weer in hoeverre er sprake is van een stekker in de kabelmontage | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | BAGid | TEXT | 50 | BAG AdresId | nvt | BAG identificatie van BAG nummeraanduiding waarmee het adres uniek wordt geïdentificeerd | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | BGTid | TEXT | 50 | BGT ID | nvt | BGT identificatie van het object waarvoor de aansluiting is gerealiseerd. Dit is met name van belang voor straatmeubilair en andere niet-adresseerbare obejcten. | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | LSoverdrachtspunt | ||
| LSoverdrachtspunt | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | LSoverdrachtspunt | |||
| LSoverdrachtspunt | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt. De punt kan een vooraf gedefinieerde verbinding/relatie aangaan met andere objecten (topologie). | LSoverdrachtspunt | |||
| LSoverdrachtspunt | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | LSoverdrachtspunt | |||
| MSkabel | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | MSkabel | ||
| MSkabel | Uitvoering | TEXT | 50 | Uitvoering | 4 | UitvoeringMSKabel | Combinatie van eigenschappen van de kabel die de uitvoering uniek benoemen | MSkabel | |
| MSkabel | Kabelopbouw | TEXT | 50 | Kabel opbouw | OpbouwMSKabel | Geeft de kabelopbouw weer zoals aangeduid door de fabrikant | MSkabel | ||
| MSkabel | OmschrijvingUitvoering | TEXT | 50 | Omschrijving uitvoering | nvt | Dit attribuut wordt gebruikt voor omschrijving van de uitvoering voor uitvoeringen die niet meer nieuw worden aangelegd. | MSkabel | ||
| MSkabel | Fabrikant | TEXT | 50 | Fabrikant | FabrikantKabel | Fabrikant naam die geselecteerd moet worden uit een per netobject specifieke keuzelijst. | MSkabel | ||
| MSkabel | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | MSkabel | |||
| MSkabel | DatumFabricage | DATE ONLY | Datum Fabricage | nvt | Dag waarop het object is gefabriceerd dan wel gebouwd. Opmerking: Datum waarop de kabel is gefabriceerd.\nNiet te verwarren met aanschafdatum (niet geregistreerd in GIS) of aanlegdatum (wel geregistreerd in GIS) \nMeestal staat dit gegeven op de mantel van de kabel vermeld. | MSkabel | |||
| MSkabel | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | MSkabel | ||
| MSkabel | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | MSkabel | |
| MSkabel | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | MSkabel | |
| MSkabel | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | MSkabel | |
| MSkabel | Spanningsniveau | TEXT | 50 | Spanningsniveau | 3 | SpanningsniveauMSKabel | Nominaalspanning waarop de kabel normaliter wordt bedreven | MSkabel | |
| MSkabel | Inmeetwijze | TEXT | 50 | Inmeetwijze | Inmeetwijze | Attribuut dat de wijze van inwinning van de ligging aangeeft. \n | MSkabel | ||
| MSkabel | Nauwkeurigheid | TEXT | 50 | Nauwkeurigheid | NauwkeurigheidXYvalue | Geeft aan wat de nauwkeurigheid is van de ligging van het object. Wordt alleen op kabels en leidingen vastgelegd, niet op de appendages | MSkabel | ||
| MSkabel | RedenNietVerwijdering | TEXT | 50 | Reden niet verwijdering | RedenNietVerwijdering | Het komt steeds vaker voor dat G Leidingen of E Kabels die buiten bedrijf (owel "verlaten") zijn niet kunnen worden verwijderd. In principe behoren deze assets wel verwijderd te worden door de netbeheerder. Als dat niet gedaan kan worden dan dient de "reden voor niet verwijdering" te worden vastgelegd. | MSkabel | ||
| MSkabel | Verbindingnummer | TEXT | 50 | Verbindingnummer | nvt | Nummer waarmee de kabel/verbinding uniek wordt aangeduid. | MSkabel | ||
| MSkabel | Subnettype | TEXT | 50 | Subnettype | 2 | Subnettype | Om onderscheid te maken tussen: Aansluitnet, distributienet en transportnet | MSkabel | |
| MSkabel | FaseAanduiding | TEXT | 50 | Fase aanduiding | Faseaanduiding | Aanduiding die bij een 1 fase verbinding de fase aanduiding weergeeft (bijvoorbeeld: L1, L2, L3). Bij de standaard 3 fasen verbinding staat er : 3 fasen. | MSkabel | ||
| MSkabel | Zegeltekst | TEXT | 50 | Zegeltekst | nvt | Tekst die op het zegel staat. Het zegel zit fysiek aan de E_Kabel vast. | MSkabel | ||
| MSkabel | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | MSkabel | ||
| MSkabel | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | MSkabel | ||
| MSkabel | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | MSkabel | ||
| MSkabel | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | MSkabel | ||
| MSkabel | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | MSkabel | ||
| MSkabel | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | MSkabel | |||
| MSkabel | Geometry | SHAPE | 3D Lijngeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een lijn, bestaande uit tenminste twee verbonden punten (vertices), waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | MSkabel | |||
| MSmof | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | MSmof | ||
| MSmof | Uitvoering | TEXT | 50 | Uitvoering | UitvoeringMSMof | Combinatie van eigenschappen van de mof die de uitvoering uniek benoemen | MSmof | ||
| MSmof | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | MSmof | |||
| MSmof | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | MSmof | ||
| MSmof | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | MSmof |
| MSmof | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | MSmof | |
| MSmof | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | MSmof | |
| MSmof | Functie | TEXT | 50 | Functie | 1 | FunctieMSmof | De functie die een mof vervult binnen een E Net. \nVoorbeelden: Verbindingsmof, Aftakmof, Omkokeringsmof. | MSmof | |
| MSmof | FaseAanduiding | TEXT | 50 | Fase aanduiding | Faseaanduiding | Aanduiding die bij een 1 fase verbinding de fase aanduiding weergeeft (bijvoorbeeld: L1, L2, L3). Bij de standaard 3 fasen verbinding staat er : 3 fasen. | MSmof | ||
| MSmof | Verbindingnummer | TEXT | 50 | Verbindingnummer | nvt | Nummer waarmee de kabel/verbinding uniek wordt aangeduid. | MSmof | ||
| MSmof | Mofnummer | TEXT | 50 | Mofnummer | nvt | Nummer van de mof. Het mofnummer is een geheel getal groter dan 0.\nBinnen de hoofdleiding moet het mofnummer uniek zijn. | MSmof | ||
| MSmof | NaamMonteur | TEXT | 50 | Naam monteur | nvt | Naam van de monteur die de mof heeft geïnstalleerd | MSmof | ||
| MSmof | CrossBondingAanwezig | TEXT | 50 | Cross bonding aanwezig | JaNee | Geeft aan of cross bonding is toegepast bij deze mof | MSmof | ||
| MSmof | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | MSmof | ||
| MSmof | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | MSmof | ||
| MSmof | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | MSmof | ||
| MSmof | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | MSmof | ||
| MSmof | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | MSmof | ||
| MSmof | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | MSmof | |||
| MSmof | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Geometrische positie (x,y,z) van de locatie van de Mof. Z-coördinaat geeft de diepte van de ligging aan (bovenkant mof tot maaiveld). Het zwaartepunt van de Mof wordt vastgelegd. | MSmof | |||
| LSkast | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | LSkast | ||
| LSkast | Naam | TEXT | 50 | Naam | nvt | Naam van het station of kast, zoals uitgegeven door de Netbeheerder\n | LSkast | ||
| LSkast | Nummer | TEXT | 50 | Nummer | nvt | Het nummer dat door de Netbeheerder is toegekend aan de kast of het station | LSkast | ||
| LSkast | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | LSkast | |||
| LSkast | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | LSkast | ||
| LSkast | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | LSkast |
| LSkast | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | LSkast | |
| LSkast | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | LSkast | |
| LSkast | Functie | TEXT | 50 | Functie | 1 | FunctieLSkast | Geeft de functie weer die de LS kast heeft, bijvoorbeeld OV sectionering of Flatkast | LSkast | |
| LSkast | Straatnaam | TEXT | 50 | Straatnaam | nvt | Straatnaam (onderdeel van adres) | LSkast | ||
| LSkast | Huisnummer | TEXT | 15 | Huisnummer | nvt | Huisnummer (onderdeel van het adres) | LSkast | ||
| LSkast | HuisnummerToevoeging | TEXT | 15 | Huisnummer toevoeging | nvt | Huisnummertoevoeging (onderdeel van het adres) | LSkast | ||
| LSkast | Postcode | TEXT | 7 | Postcode | nvt | Postcode (Onderdeel van adres) | LSkast | ||
| LSkast | Plaatsnaam | TEXT | 50 | Plaatsnaam | nvt | Plaatsnaam (onderdeel van adres) | LSkast | ||
| LSkast | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | LSkast | ||
| LSkast | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | LSkast | ||
| LSkast | BAGid | TEXT | 50 | BAGID | nvt | Er is sprake van 3 typen adres aanduiding bij het stationcomplex\n1. Plaatsnaam Assetregister (verplicht; een stationcomplex moet altijd een (woon)plaats hebben) Dit wordt vastgelegd in het attribuut 'Plaatsnaam Assetregister*'\n2. Relatie met BAG adres (niet verplicht). Een stationcomplex kan verwijzen naar 1 volledig adres in de BAG (van het gerelateerde Verblijfsobject worden getoond: woonplaatsnaam+ straatnaam + huisnummer + evt. huisnummer toevoeging+ evt . huisletter +evt. postcode)\n3. Als relatie met BAG adres (verblijfsobject) niet mogelijk is kan het stationcomplex verwijzen naar 1 BAG straatnaam (van de gerelateerde Openbareruimte wordt getoond: naam) \n\nAttribuut 'Plaatsnaam Assetregister*' toont : BAG-woonplaats. Afhankelijk van de situatie wordt het veld 'Adres (BAG)*'eventueel gevuld met informatie uit gerelateerd BAG-adres of vanuit BAG Straatnaam. Elk stationcomplex kan naar hooguit 1 BAG adres verwijzen. 1 stationcomplex kan meerdere gebouwen hebben maar die hebben allen hetzelfde adres. | LSkast | ||
| LSkast | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | LSkast | ||
| LSkast | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | LSkast | ||
| LSkast | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | LSkast | ||
| LSkast | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | LSkast | |||
| LSkast | Geometry | SHAPE | 2D Vlakgeometrie | nvt | Vastlegging van het oppervlak in RD-cooordinaten.\nFysieke weergave van een object in de vorm van een vlak, waarbij het vlak de grenzen aangeeft van het object op het maaiveld | LSkast | |||
| MSstation | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | MSstation | ||
| MSstation | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | MSstation | ||
| MSstation | Naam | TEXT | 50 | Naam | nvt | Naam van het station of kast, zoals uitgegeven door de Netbeheerder\n | MSstation | ||
| MSstation | Nummer | TEXT | 50 | Nummer | nvt | Het nummer dat door de Netbeheerder is toegekend aan de kast of het station | MSstation | ||
| MSstation | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | MSstation | |||
| MSstation | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | MSstation | |
| MSstation | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | MSstation | |
| MSstation | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | MSstation | |
| MSstation | Functie | TEXT | 50 | Functie | 3 | FunctieElectraStation | Typering van de functie en subfunctie van het Station.\n | MSstation | |
| MSstation | Straatnaam | TEXT | 50 | Straatnaam | nvt | Straatnaam (onderdeel van adres) | MSstation | ||
| MSstation | Huisnummer | TEXT | 15 | Huisnummer | nvt | Huisnummer (onderdeel van het adres) | MSstation | ||
| MSstation | HuisnummerToevoeging | TEXT | 15 | Huisnummer toevoeging | nvt | Huisnummertoevoeging (onderdeel van het adres) | MSstation | ||
| MSstation | Postcode | TEXT | 7 | Postcode | nvt | Postcode (Onderdeel van adres) | MSstation | ||
| MSstation | Plaatsnaam | TEXT | 50 | Plaatsnaam | nvt | Plaatsnaam (onderdeel van adres) | MSstation | ||
| MSstation | BAGid | TEXT | 50 | BAGID | nvt | Er is sprake van 3 typen adres aanduiding bij het stationcomplex\n1. Plaatsnaam Assetregister (verplicht; een stationcomplex moet altijd een (woon)plaats hebben) Dit wordt vastgelegd in het attribuut 'Plaatsnaam Assetregister*'\n2. Relatie met BAG adres (niet verplicht). Een stationcomplex kan verwijzen naar 1 volledig adres in de BAG (van het gerelateerde Verblijfsobject worden getoond: woonplaatsnaam+ straatnaam + huisnummer + evt. huisnummer toevoeging+ evt . huisletter +evt. postcode)\n3. Als relatie met BAG adres (verblijfsobject) niet mogelijk is kan het stationcomplex verwijzen naar 1 BAG straatnaam (van de gerelateerde Openbareruimte wordt getoond: naam) \n\nAttribuut 'Plaatsnaam Assetregister*' toont : BAG-woonplaats. Afhankelijk van de situatie wordt het veld 'Adres (BAG)*'eventueel gevuld met informatie uit gerelateerd BAG-adres of vanuit BAG Straatnaam. Elk stationcomplex kan naar hooguit 1 BAG adres verwijzen. 1 stationcomplex kan meerdere gebouwen hebben maar die hebben allen hetzelfde adres. | MSstation | ||
| MSstation | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | MSstation | ||
| MSstation | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | MSstation | ||
| MSstation | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | MSstation | ||
| MSstation | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | MSstation | ||
| MSstation | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | MSstation | ||
| MSstation | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | MSstation | |||
| MSstation | Geometry | SHAPE | 2D Vlakgeometrie | nvt | Vastlegging van het oppervlak in RD-cooordinaten.\nFysieke weergave van een object in de vorm van een vlak, waarbij het vlak de grenzen aangeeft van het object op het maaiveld | MSstation | |||
| MSoverdrachtspunt | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | MSoverdrachtspunt | ||
| MSoverdrachtspunt | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | MSoverdrachtspunt | |||
| MSoverdrachtspunt | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | MSoverdrachtspunt | ||
| MSoverdrachtspunt | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | MSoverdrachtspunt |
| MSoverdrachtspunt | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | MSoverdrachtspunt | |
| MSoverdrachtspunt | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | MSoverdrachtspunt | |
| MSoverdrachtspunt | Identificatie | TEXT | 50 | Identificatie | nvt | EAN van de MS aansluiting | MSoverdrachtspunt | ||
| MSoverdrachtspunt | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | MSoverdrachtspunt | ||
| MSoverdrachtspunt | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | MSoverdrachtspunt | ||
| MSoverdrachtspunt | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | MSoverdrachtspunt | ||
| MSoverdrachtspunt | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | MSoverdrachtspunt | ||
| MSoverdrachtspunt | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | MSoverdrachtspunt | ||
| MSoverdrachtspunt | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | MSoverdrachtspunt | |||
| MSoverdrachtspunt | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | MSoverdrachtspunt | |||
| MSoverdrachtspunt | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | MSoverdrachtspunt | |||
| Eaardmof | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Eaardmof | ||
| Eaardmof | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Eaardmof | |||
| Eaardmof | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Eaardmof | ||
| Eaardmof | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Eaardmof |
| Eaardmof | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Eaardmof | |
| Eaardmof | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Eaardmof | |
| Eaardmof | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakElektra | Maakt onderscheid tussen LS, MS en HS | Eaardmof | |
| Eaardmof | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Eaardmof | ||
| Eaardmof | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Eaardmof | ||
| Eaardmof | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Eaardmof | ||
| Eaardmof | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Eaardmof | ||
| Eaardmof | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Eaardmof | ||
| Eaardmof | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Eaardmof | |||
| Eaardmof | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Eaardmof | |||
| Eaarddraad | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Eaarddraad | ||
| Eaarddraad | Doorsnede | TEXT | 50 | Doorsnede | 4 | DoorsnedeAarddraad | Doorsnede van de kabel in [mm]2. | Eaarddraad | |
| Eaarddraad | Geleidermateriaal | TEXT | 50 | Geleidermateriaal | 3 | Geleidermateriaal | Soort materiaal dat gebruikt wordt voor het object. \nKeuzelijst met bijv.: Cu; Cu getwist; Cu vertind; Cu massief; ... | Eaarddraad | |
| Eaarddraad | Isolatiemateriaal | TEXT | 50 | Isolatiemateriaal | IsolatiemateriaalAarddraad | Het kunnen vastleggen van een toegepast isolatiemateriaal. Standaard is aarddraad ongeisoleerd, maar in sommige gevallen wordt wordt een dikkere draad met isolatie toegepast, niet omdat het nodig is maar omdat deze dikkere draad alleen geisoleerd voorhanden is. Isolatiemateriaal is ook ter herkenning van hetgeen in de grond is gelegd. | Eaarddraad | ||
| Eaarddraad | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Eaarddraad | |||
| Eaarddraad | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Eaarddraad | ||
| Eaarddraad | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Eaarddraad | |
| Eaarddraad | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Eaarddraad | |
| Eaarddraad | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Eaarddraad | |
| Eaarddraad | Inmeetwijze | TEXT | 50 | Inmeetwijze | Inmeetwijze | Attribuut dat de wijze van inwinning van de ligging aangeeft. \n | Eaarddraad | ||
| Eaarddraad | Nauwkeurigheid | TEXT | 50 | Nauwkeurigheid | NauwkeurigheidXYvalue | Geeft aan wat de nauwkeurigheid is van de ligging van het object. Wordt alleen op kabels en leidingen vastgelegd, niet op de appendages | Eaarddraad | ||
| Eaarddraad | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakElektra | Maakt onderscheid tussen LS, MS en HS | Eaarddraad | |
| Eaarddraad | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Eaarddraad | ||
| Eaarddraad | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Eaarddraad | ||
| Eaarddraad | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Eaarddraad | ||
| Eaarddraad | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Eaarddraad | ||
| Eaarddraad | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Eaarddraad | ||
| Eaarddraad | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Eaarddraad | |||
| Eaarddraad | Geometry | SHAPE | 3D Lijngeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een lijn, bestaande uit tenminste twee verbonden punten (vertices), waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Eaarddraad | |||
| Eaardpen | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Eaardpen | ||
| Eaardpen | Doorsnede | TEXT | 50 | Doorsnede | DoorsnedeAardpen | Doorsnede van de pen in [mm]2. | Eaardpen | ||
| Eaardpen | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Eaardpen | ||
| Eaardpen | Materiaal | TEXT | 50 | Materiaal | MateriaalAardpen | Soort materiaal dat gebruikt wordt voor het object. De consistentie van de waarde wordt afgedwongen middels een keuzelijst validatie. | Eaardpen | ||
| Eaardpen | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Eaardpen | |||
| Eaardpen | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Eaardpen | ||
| Eaardpen | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Eaardpen |
| Eaardpen | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Eaardpen | |
| Eaardpen | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Eaardpen | |
| Eaardpen | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakElektra | Maakt onderscheid tussen LS, MS en HS | Eaardpen | |
| Eaardpen | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Eaardpen | ||
| Eaardpen | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Eaardpen | ||
| Eaardpen | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Eaardpen | ||
| Eaardpen | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Eaardpen | ||
| Eaardpen | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Eaardpen | |||
| Eaardpen | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Eaardpen | |||
| Eaardpen | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Eaardpen | |||
| Amantelbuis | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Amantelbuis | ||
| Amantelbuis | Materiaal | TEXT | 50 | Materiaal | 3 | MateriaalMantelbuis | Soort materiaal dat gebruikt wordt voor het object. De consistentie van de waarde wordt afgedwongen middels een keuzelijst validatie. | Amantelbuis | |
| Amantelbuis | Diameter | TEXT | 50 | Diameter | 4 | DiameterMantelbuis | De buitendiameter van de buis/leiding in mm | Amantelbuis | |
| Amantelbuis | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Amantelbuis | |||
| Amantelbuis | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Amantelbuis | ||
| Amantelbuis | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Amantelbuis | |
| Amantelbuis | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Amantelbuis | |
| Amantelbuis | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Amantelbuis | |
| Amantelbuis | Inmeetwijze | TEXT | 50 | Inmeetwijze | Inmeetwijze | Attribuut dat de wijze van inwinning van de ligging aangeeft. \n | Amantelbuis | ||
| Amantelbuis | Nauwkeurigheid | TEXT | 50 | Nauwkeurigheid | NauwkeurigheidXYvalue | Geeft aan wat de nauwkeurigheid is van de ligging van het object. Wordt alleen op kabels en leidingen vastgelegd, niet op de appendages | Amantelbuis | ||
| Amantelbuis | KathodischBeschermd | TEXT | 3 | Kathodisch beschermd | JaNee | Aanduiding of er sprake is van kathodische bescherming. Mogelijke waarden: ja, nee\nSommige Stalen leidingen en mantelbuizen zijn kathodisch beschermd\nDit is een verplicht veld bij Stalen leidingen en mantelbuizen | Amantelbuis | ||
| Amantelbuis | BovengrondsGemarkeerd | TEXT | 3 | Bovengronds gemarkeerd | JaNee | Aanduiding voor aanwezigheid van bovengrondse markering. Ja/Nee veld. | Amantelbuis | ||
| Amantelbuis | Thema | TEXT | 50 | Thema | NLCSobject | Thema | Geeft het Wibon-thema van het net waarin deze asset wordt gebruikt | Amantelbuis | |
| Amantelbuis | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Amantelbuis | ||
| Amantelbuis | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Amantelbuis | ||
| Amantelbuis | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Amantelbuis | ||
| Amantelbuis | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Amantelbuis | ||
| Amantelbuis | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Amantelbuis | ||
| Amantelbuis | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Amantelbuis | |||
| Amantelbuis | Geometry | SHAPE | 3D Lijngeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een lijn, bestaande uit tenminste twee verbonden punten (vertices), waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Amantelbuis | |||
| AmantelbuisInhoud | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | AmantelbuisInhoud | ||
| AmantelbuisInhoud | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | AmantelbuisInhoud | ||
| AmantelbuisInhoud | ObjectTypeInhoud | TEXT | 50 | Type object in mantelbuis | ObjectType | De tabelnaam van het object waarnaar AmantelbuisInhoud verwijst | AmantelbuisInhoud | ||
| AmantelbuisInhoud | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | AmantelbuisInhoud | |||
| AmantelbuisInhoud | Geometry | SHAPE | 2D Lijngeometrie | nvt | De geometrie is een rechte lijn, haaks op de kabel/leiding/mantelbuis die de ligging van de asset verbindt met het bijschrift. | AmantelbuisInhoud | |||
| AmantelbuisInhoud | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | AmantelbuisInhoud | |
| AmantelbuisInhoud | MantelbuisID | TEXT | 255 | MantelbuisID | nvt | AmantelbuisInhoud | |||
| AmantelbuisInhoud | InhoudID | TEXT | 255 | ID van object in de mantelbuis | nvt | AmantelbuisInhoud | |||
| AmantelbuisInhoud | Labeltekst | TEXT | 30 | Labeltekst | nvt | AmantelbuisInhoud | |||
| AbeschermingVlak | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | AbeschermingVlak | ||
| AbeschermingVlak | SoortBescherming | TEXT | 50 | Soort bescherming | 2 | SoortBescherming | Keuzelijst voor het soort Bescherming dat is toegepast | AbeschermingVlak | |
| AbeschermingVlak | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | AbeschermingVlak | |||
| AbeschermingVlak | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | AbeschermingVlak | ||
| AbeschermingVlak | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | AbeschermingVlak | |
| AbeschermingVlak | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | AbeschermingVlak | |
| AbeschermingVlak | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | AbeschermingVlak | |
| AbeschermingVlak | Thema | TEXT | 50 | Thema | NLCSobject | Thema | Geeft het Wibon-thema van het net waarin deze asset wordt gebruikt | AbeschermingVlak | |
| AbeschermingVlak | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | AbeschermingVlak | ||
| AbeschermingVlak | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | AbeschermingVlak | ||
| AbeschermingVlak | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | AbeschermingVlak | ||
| AbeschermingVlak | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | AbeschermingVlak | ||
| AbeschermingVlak | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | AbeschermingVlak | ||
| AbeschermingVlak | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | AbeschermingVlak | |||
| AbeschermingVlak | Geometry | SHAPE | 3D Vlakgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een vlak, waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | AbeschermingVlak | |||
| Aopmerking | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Aopmerking | ||
| Aopmerking | Omschrijving | TEXT | 50 | Omschrijving | nvt | De inhoud van de tekst die op de kaart getoond zal worden. | Aopmerking | ||
| Aopmerking | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Aopmerking | |
| Aopmerking | Thema | TEXT | 50 | Thema | 1 | Thema | Geeft het Wibon-thema van het net waarin deze asset wordt gebruikt | Aopmerking | |
| Aopmerking | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Aopmerking | ||
| Aopmerking | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Aopmerking | |||
| Aopmerking | Geometry | SHAPE | 2D Puntgeometrie | nvt | Positie in het kaartbeeld waar het object wordt weergegeven, tevens aangrijpingspunt van de opmerking-tekst. | Aopmerking | |||
| AbestandBijlage | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | AbestandBijlage | ||
| AbestandBijlage | SoortBestand | TEXT | 50 | Soort bestand | "VERWIJZING" | BijlageTypeValue | Type document zoals van belang voor Veiligheid & Milieu en voor Asbest. \nBijvoorbeeld: \n- Schema (Schakelschema) \n- Rapport (Aardingsrapport / Sonderingsrapport / asbest inventarisatierapport / asbest beheersplan / ATEX risico-inventarisatie / ATEX inspectie) \n- Correspondentie (Grondaankoop / Zakelijke rechten / Notariele akte / Contractafspraak / Klantopdracht / Gereedmeldingskaart / Kalenderstaat / Controlelijst Technische Oplevering / Overdrachtsformulier / Activiteitenbesluit / Asbestverwijdering ) \n- Tekening (Grondaankoop tekeningen / Bouwkundige tekeningen / Bouwkundige tekeningen station / Tekening inrichting station en transformator / ATEX tekeningen / Vergunning tekening) \n- Protocol (Inspectieprotocol) \n- Vergunning (Omgevingsvergunning, vergunning) \n- Certificaat (ATEX certificaat) \n- Foto \n\nBovenstaande voorlopige beschrijving komt uit uitwerking datamodel Asbest. | AbestandBijlage | |
| AbestandBijlage | Bestandsnaam | TEXT | 250 | Bestandsnaam | nvt | Naam van het document exclusief padaanduiding. Op basis van de naam van het document kan het document worden teruggevonden en vormt zo een alternatieve logische sleutel. | AbestandBijlage | ||
| AbestandBijlage | TypeBestand | TEXT | 50 | Type bestand | BestandMediaTypeValue | Geeft aan welk bestandstype (extensie) is gebruikt | AbestandBijlage | ||
| AbestandBijlage | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | AbestandBijlage | |
| AbestandBijlage | Thema | TEXT | 50 | Thema | NLCSobject | 1 | Thema | Geeft het Wibon-thema van het net waarin deze asset wordt gebruikt | AbestandBijlage |
| AbestandBijlage | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | AbestandBijlage | ||
| AbestandBijlage | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | AbestandBijlage | |||
| AbestandBijlage | Geometry | SHAPE | 2D Puntgeometrie | nvt | Positie van het bijlagesymbool in het kaartbeeld. Bij voorkeur bovenop het object waarvan het bijlagebestand een bijlage is. | AbestandBijlage | |||
| AbestandBijlage | Kijkhoek | DOUBLE | Kijkhoek | nvt | Geeft de hoek weer waarin de camara gericht was bij het maken van de foto | AbestandBijlage | |||
| AbestandBijlage | AssetObjectID | TEXT | 255 | AssetObjectID | nvt | Wordt gebruikt om de relatie te leggen tussen een asset en het gekoppelde document | AbestandBijlage | ||
| Amaaiveldhoogte | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Amaaiveldhoogte | ||
| Amaaiveldhoogte | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Amaaiveldhoogte | |
| Amaaiveldhoogte | Toelichting | TEXT | 50 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Amaaiveldhoogte | ||
| Amaaiveldhoogte | Thema | TEXT | 50 | Thema | NLCSobject | Thema | Geeft het Wibon-thema van het net waarin deze asset wordt gebruikt | Amaaiveldhoogte | |
| Amaaiveldhoogte | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Amaaiveldhoogte | ||
| Amaaiveldhoogte | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Amaaiveldhoogte | |||
| Amaaiveldhoogte | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Amaaiveldhoogte | |||
| Akunstwerk | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Akunstwerk | ||
| Akunstwerk | SoortKunstwerk | TEXT | 50 | Soort kunstwerk | 2 | SoortKunstwerk | Type Kunstwerk >> Kunstwerk Soort aanduiding. Keuzelijst | Akunstwerk | |
| Akunstwerk | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Akunstwerk | |||
| Akunstwerk | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Akunstwerk | ||
| Akunstwerk | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Akunstwerk | |
| Akunstwerk | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Akunstwerk | |
| Akunstwerk | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Akunstwerk | |
| Akunstwerk | Kunstwerknummer | TEXT | 50 | Kunstwerknummer | nvt | Uniek nummer waarmee het kunstwerk wordt aangeduid | Akunstwerk | ||
| Akunstwerk | Thema | TEXT | 50 | Thema | NLCSobject | Thema | Geeft het Wibon-thema van het net waarin deze asset wordt gebruikt | Akunstwerk | |
| Akunstwerk | StraalBoogzinker | DOUBLE | Straal boogzinker | nvt | Alleen van toepassing indien het Kunstwerk een boogzinker betreft. Geeft de straal van de cirkel die de boogzinker beschrijft. | Akunstwerk | |||
| Akunstwerk | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Akunstwerk | ||
| Akunstwerk | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Akunstwerk | ||
| Akunstwerk | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Akunstwerk | ||
| Akunstwerk | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Akunstwerk | ||
| Akunstwerk | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Akunstwerk | ||
| Akunstwerk | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Akunstwerk | |||
| Akunstwerk | Geometry | SHAPE | 3D Lijngeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een lijn, bestaande uit tenminste twee verbonden punten (vertices), waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Akunstwerk | |||
| Aaanlegtechniek | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Aaanlegtechniek | ||
| Aaanlegtechniek | SoortAanlegTechniek | TEXT | 50 | SoortAanlegTechniek | 2 | SoortAanlegTechniek | Geeft aan welk soort aanlegtechniek is toegepast, bijvoorbeeld Gestuurde Boring | Aaanlegtechniek | |
| Aaanlegtechniek | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Aaanlegtechniek | |||
| Aaanlegtechniek | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Aaanlegtechniek | ||
| Aaanlegtechniek | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Aaanlegtechniek | |
| Aaanlegtechniek | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Aaanlegtechniek | |
| Aaanlegtechniek | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Aaanlegtechniek | |
| Aaanlegtechniek | Thema | TEXT | 50 | Thema | NLCSobject | Thema | Geeft het Wibon-thema van het net waarin deze asset wordt gebruikt | Aaanlegtechniek | |
| Aaanlegtechniek | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Aaanlegtechniek | ||
| Aaanlegtechniek | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Aaanlegtechniek | ||
| Aaanlegtechniek | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Aaanlegtechniek | ||
| Aaanlegtechniek | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Aaanlegtechniek | ||
| Aaanlegtechniek | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Aaanlegtechniek | ||
| Aaanlegtechniek | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Aaanlegtechniek | |||
| Aaanlegtechniek | Geometry | SHAPE | 3D Lijngeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een lijn, bestaande uit tenminste twee verbonden punten (vertices), waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Aaanlegtechniek | |||
| Gstation | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Gstation | ||
| Gstation | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Gstation | ||
| Gstation | Naam | TEXT | 50 | Naam | nvt | Naam van het station of kast, zoals uitgegeven door de Netbeheerder\n | Gstation | ||
| Gstation | Nummer | TEXT | 50 | Nummer | nvt | Het nummer dat door de Netbeheerder is toegekend aan de kast of het station | Gstation | ||
| Gstation | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Gstation | |||
| Gstation | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Gstation | |
| Gstation | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Gstation | |
| Gstation | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Gstation | |
| Gstation | StationFunctie | TEXT | 50 | Station functie | FunctieGasStation | De functie van het gasstation in het gasnet, bijvoorbeeld Gas Overslagstation | Gstation | ||
| Gstation | GasunieCode | TEXT | 50 | Gasunie code | nvt | Codering die Gasunie heeft uitgegeven aan het station | Gstation | ||
| Gstation | Straatnaam | TEXT | 50 | Straatnaam | nvt | Straatnaam (onderdeel van adres) | Gstation | ||
| Gstation | Huisnummer | TEXT | 15 | Huisnummer | nvt | Huisnummer (onderdeel van het adres) | Gstation | ||
| Gstation | HuisnummerToevoeging | TEXT | 15 | Huisnummer toevoeging | nvt | Huisnummertoevoeging (onderdeel van het adres) | Gstation | ||
| Gstation | Postcode | TEXT | 7 | Postcode | nvt | Postcode (Onderdeel van adres) | Gstation | ||
| Gstation | Plaatsnaam | TEXT | 50 | Plaatsnaam | nvt | Plaatsnaam (onderdeel van adres) | Gstation | ||
| Gstation | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gstation | ||
| Gstation | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gstation | ||
| Gstation | BAGid | TEXT | 50 | BAGID | nvt | Er is sprake van 3 typen adres aanduiding bij het stationcomplex\n1. Plaatsnaam Assetregister (verplicht; een stationcomplex moet altijd een (woon)plaats hebben) Dit wordt vastgelegd in het attribuut 'Plaatsnaam Assetregister*'\n2. Relatie met BAG adres (niet verplicht). Een stationcomplex kan verwijzen naar 1 volledig adres in de BAG (van het gerelateerde Verblijfsobject worden getoond: woonplaatsnaam+ straatnaam + huisnummer + evt. huisnummer toevoeging+ evt . huisletter +evt. postcode)\n3. Als relatie met BAG adres (verblijfsobject) niet mogelijk is kan het stationcomplex verwijzen naar 1 BAG straatnaam (van de gerelateerde Openbareruimte wordt getoond: naam) \n\nAttribuut 'Plaatsnaam Assetregister*' toont : BAG-woonplaats. Afhankelijk van de situatie wordt het veld 'Adres (BAG)*'eventueel gevuld met informatie uit gerelateerd BAG-adres of vanuit BAG Straatnaam. Elk stationcomplex kan naar hooguit 1 BAG adres verwijzen. 1 stationcomplex kan meerdere gebouwen hebben maar die hebben allen hetzelfde adres. | Gstation | ||
| Gstation | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Gstation | ||
| Gstation | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Gstation | ||
| Gstation | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Gstation | ||
| Gstation | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Gstation | |||
| Gstation | Geometry | SHAPE | 2D Vlakgeometrie | nvt | Vastlegging van het oppervlak in RD-cooordinaten.\nFysieke weergave van een object in de vorm van een vlak, waarbij het vlak de grenzen aangeeft van het object op het maaiveld | Gstation | |||
| Gleiding | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Gleiding | ||
| Gleiding | BuitenDiameter | TEXT | 50 | BuitenDiameter | 6 | BuitenDiameterGasleiding | Buitendiameter van de leiding in mm | Gleiding | |
| Gleiding | Materiaal | TEXT | 50 | Materiaal | 5 | MateriaalGasleiding | Soort materiaal dat gebruikt wordt voor het object. De consistentie van de waarde wordt afgedwongen middels een keuzelijst validatie. | Gleiding | |
| Gleiding | SDR | TEXT | 50 | SDR | SDRgas | Standard Dimension Ratio is de verhouding tussen de buitenmiddenlijn en de wanddikte van een buis . \nSdr wordt uitsluitend bij kunststof leidingen geregistreerd | Gleiding | ||
| Gleiding | OmschrijvingUitvoering | TEXT | 50 | Omschrijving uitvoering | nvt | Dit attribuut wordt gebruikt voor omschrijving van de uitvoering voor uitvoeringen die niet meer nieuw worden aangelegd. | Gleiding | ||
| Gleiding | Fabrikant | TEXT | 50 | Fabrikant | FabrikantGasLeiding | Fabrikant naam die geselecteerd moet worden uit een per netobject specifieke keuzelijst. | Gleiding | ||
| Gleiding | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Gleiding | |||
| Gleiding | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Gleiding | ||
| Gleiding | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Gleiding | |
| Gleiding | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Gleiding | |
| Gleiding | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Gleiding | |
| Gleiding | Druk | TEXT | 50 | Druk | 4 | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | Gleiding | |
| Gleiding | Inmeetwijze | TEXT | 50 | Inmeetwijze | Inmeetwijze | Attribuut dat de wijze van inwinning van de ligging aangeeft. \n | Gleiding | ||
| Gleiding | Nauwkeurigheid | TEXT | 50 | Nauwkeurigheid | NauwkeurigheidXYvalue | Geeft aan wat de nauwkeurigheid is van de ligging van het object. Wordt alleen op kabels en leidingen vastgelegd, niet op de appendages | Gleiding | ||
| Gleiding | RedenNietVerwijdering | TEXT | 50 | Reden niet verwijdering | RedenNietVerwijdering | Het komt steeds vaker voor dat G Leidingen of E Kabels die buiten bedrijf (ofwel "verlaten") zijn niet kunnen worden verwijderd. In principe behoren deze assets wel verwijderd te worden door de netbeheerder. Als dat niet gedaan kan worden dan dient de "reden voor niet verwijdering" te worden vastgelegd.\nKeuzelijst met de waarden:\n- Geen toestemming\n- Ligt te diep\n- Vervuilde grond\n- Boom/bomen\n- Asfalt\n- Ondergrondse Infra\n- Grond derden\n- Niet te vinden\n- Wegverharding\n- Te verwijderen door derden\n- Onderwater\n- Ligt onder gebouw | Gleiding | ||
| Gleiding | SoortGas | TEXT | 50 | Soort gas | SoortGas | Keuzelijst voor het soort gas dat door de leiding stroomt | Gleiding | ||
| Gleiding | Verbindingstechniek | TEXT | 50 | Verbindingstechniek | VerbindingstechniekGas | Techniek voor het verbinden van gas buizen. (Een gasleiding kan uit meerdere gasbuizen bestaan), Keuzelijst | Gleiding | ||
| Gleiding | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 2 | NetvlakGas | Maakt onderscheid tussen Hoge druk (HD) en Lage druk (LD) | Gleiding | |
| Gleiding | Subnettype | TEXT | 50 | Subnettype | 3 | Subnettype | Om onderscheid te maken tussen: Aansluitnet, distributienet en transportnet | Gleiding | |
| Gleiding | Trekvast | TEXT | 3 | Trekvast | JaNee | Keuzelijst waarmee wordt aangegeven of een leiding trekvast is. Dit is een verplicht veld bij bepaalde materiaalsoorten | Gleiding | ||
| Gleiding | KBaanwezig | TEXT | 50 | KB aanwezig | KBaanwezig | Aanduiding of er sprake is van kathodische bescherming. Keuzelijst met de waarden. | Gleiding | ||
| Gleiding | KBsectie | TEXT | 50 | KB Sectie | nvt | Nummer waarmee de KB Sectie wordt aangeduid | Gleiding | ||
| Gleiding | BuisbekledingAchteraf | TEXT | 50 | Buisbekleding achteraf aangebracht | BuisbekledingGas | Achteraf aangebrachte isolerende beschermlaag ter voorkoming van corrosie op de verbinding van mn stalen gas leidingen \nKeuzelijst met de mogelijke waarden: Bitumen, Densoleen, Enkapress, Epoxy, Onbekend, Onbekleed, PE bandage, PE gesinterd, Polyurethaan, Krimpmof Dirax\nBeperkte keuzemogelijkheid voor courante mogelijkheden | Gleiding | ||
| Gleiding | BuisverbindingBekleding | TEXT | 50 | Buisverbinding bekleding | VerbindingbekledingGas | Achteraf aangebracht isolerende beschermlaag ter voorkoming van corrosie van stalen gas leidingen. Dit moet men niet verwarren met de beschermlaag die al in de fabriek is aangebracht. Die bescherming staat in de naam van de materiaalsoort van de leidingen zoals PEKO (Koper met PE bekleed) \nVoorbeeldwaarden:\nBitumen, Onbekleed, PE bandage, PE extruci, PE gesinterd, Sleeve\nbeperkte keuzemogelijkheid voor courante mogelijkheden | Gleiding | ||
| Gleiding | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gleiding | ||
| Gleiding | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gleiding | ||
| Gleiding | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Gleiding | ||
| Gleiding | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Gleiding | ||
| Gleiding | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Gleiding | ||
| Gleiding | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Gleiding | |||
| Gleiding | Geometry | SHAPE | 3D Lijngeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een lijn, bestaande uit tenminste twee verbonden punten (vertices), waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Gleiding | |||
| Gafsluiter | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | SoortAfsluiter | TEXT | 50 | Soort afsluiter | SoortGasAfsluiter | Keuzelijst voor het soort afsluiter dat is toegepast | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Diameter | TEXT | 50 | Diameter | BuitenDiameterGasleiding | De buitendiameter van de buis/leiding in mm | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Materiaal | TEXT | 50 | Materiaal | MateriaalGasAfsluiter | Soort materiaal dat gebruikt wordt voor het object. De consistentie van de waarde wordt afgedwongen middels een keuzelijst validatie. | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Draaiwijze | TEXT | 50 | Draaiwijze | DraaiwijzeGasAfsluiter | Geeft aan of de afsluiter linksom (tegen de klok in) of rechtsom (met de klok mee) moet worden gedraaid om deze te sluiten. | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Drukklasse | TEXT | 50 | Drukklasse | DrukklasseGasAfsluiter | Maximale druk waarbij het component gebruikt kan worden. Omschrijving is PN (Pressure Nominal) met waarde in bar. | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Fabrikant | TEXT | 50 | Fabrikant | FabrikantGasAfsluiter | Fabrikant naam die geselecteerd moet worden uit een per netobject specifieke keuzelijst. | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Gafsluiter | |||
| Gafsluiter | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Gafsluiter |
| Gafsluiter | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Gafsluiter | |
| Gafsluiter | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Gafsluiter | |
| Gafsluiter | Functie | TEXT | 50 | Functie | FunctieGasAfsluiter | Functie van de afsluiter binnen het gasnet.\nbijv : Uitlaatleiding / Inlaatleiding(voor het uitpandig afsluiten van een station), Afblaas (onderdeel van afblaas installatie) , Scheiding Druksoort (scheiding in distributienet) , Aansluitnet (voor het afsluiten van een aansluiting). | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Druk | TEXT | 50 | Druk | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Steekflens | TEXT | 3 | Steekflens | JaNee | Techniek die gebruikt is voor het verbinden van de leiding en de afsluiter. Deze techniek kan aan weerzijden van de afsluiter verschillen. Het attribuut bevat een samengestelde waarde van de twee verbindingstechnieken | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Nummer | TEXT | 50 | Nummer | nvt | Het nummer dat door de Netbeheerder is toegekend aan de kast of het station | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Verbindingstechniek | TEXT | 50 | Verbindingstechniek | VerbindingstechniekGasAfsluiter | Techniek die gebruikt is voor het verbinden van de leiding en de afsluiter. Deze techniek kan aan weerzijden van de afsluiter verschillen. | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Voorkeurstand | TEXT | 50 | Voorkeurstand | Voorkeurstand | Dit betreft de normale toestand van de afsluiter (dus niet de actuele bedrijfstoestand, die kan afwijken van de normale toestand).\nMogelijke waarden : Open, Dicht | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | AfblaasOpgebouwd | TEXT | 50 | Afblaas opgebouwd? | JaNee | Geeft weer of de Afblaas is opgebouwd of niet. | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Serienummer | TEXT | 50 | Serienummer | nvt | Door de fabrikant aangebracht uniek serienummer waarmee het exemplaar wordt aangeduid. | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Subnettype | TEXT | 50 | Subnettype | Subnettype | Om onderscheid te maken tussen: Aansluitnet, distributienet en transportnet | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakGas | Maakt onderscheid tussen Hoge druk (HD) en Lage druk (LD) | Gafsluiter | |
| Gafsluiter | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Gafsluiter | ||
| Gafsluiter | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Gafsluiter | |||
| Gafsluiter | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Gafsluiter | |||
| Gafsluiter | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Gafsluiter | |||
| GtStuk | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | GtStuk | ||
| GtStuk | Uitvoering | TEXT | 50 | Uitvoering | UitvoeringGasTstuk | Type T stuk , keuzelijst | GtStuk | ||
| GtStuk | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | GtStuk | |||
| GtStuk | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | GtStuk | ||
| GtStuk | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | GtStuk |
| GtStuk | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | GtStuk | |
| GtStuk | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | GtStuk | |
| GtStuk | Druk | TEXT | 50 | Druk | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | GtStuk | ||
| GtStuk | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakGas | Maakt onderscheid tussen Hoge druk (HD) en Lage druk (LD) | GtStuk | |
| GtStuk | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | GtStuk | ||
| GtStuk | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | GtStuk | ||
| GtStuk | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | GtStuk | ||
| GtStuk | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | GtStuk | ||
| GtStuk | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | GtStuk | ||
| GtStuk | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | GtStuk | |||
| GtStuk | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | GtStuk | |||
| GtStuk | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | GtStuk | |||
| Goverdrachtspunt | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Goverdrachtspunt | ||
| Goverdrachtspunt | SoortAansluiting | TEXT | 50 | Soort aansluiting | SoortGasAansluiting | Geeft aan op welke wijze de gasaansluiting op het net is aangesloten | Goverdrachtspunt | ||
| Goverdrachtspunt | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Goverdrachtspunt | |||
| Goverdrachtspunt | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Goverdrachtspunt | ||
| Goverdrachtspunt | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Goverdrachtspunt |
| Goverdrachtspunt | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Goverdrachtspunt | |
| Goverdrachtspunt | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Goverdrachtspunt | |
| Goverdrachtspunt | Druk | TEXT | 50 | Druk | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | Goverdrachtspunt | ||
| Goverdrachtspunt | BAGid | TEXT | 50 | BAG AdresId | nvt | Er is sprake van 3 typen adres aanduiding bij het stationcomplex\n1. Plaatsnaam Assetregister (verplicht; een stationcomplex moet altijd een (woon)plaats hebben) Dit wordt vastgelegd in het attribuut 'Plaatsnaam Assetregister*'\n2. Relatie met BAG adres (niet verplicht). Een stationcomplex kan verwijzen naar 1 volledig adres in de BAG (van het gerelateerde Verblijfsobject worden getoond: woonplaatsnaam+ straatnaam + huisnummer + evt. huisnummer toevoeging+ evt . huisletter +evt. postcode)\n3. Als relatie met BAG adres (verblijfsobject) niet mogelijk is kan het stationcomplex verwijzen naar 1 BAG straatnaam (van de gerelateerde Openbareruimte wordt getoond: naam) \n\nAttribuut 'Plaatsnaam Assetregister*' toont : BAG-woonplaats. Afhankelijk van de situatie wordt het veld 'Adres (BAG)*'eventueel gevuld met informatie uit gerelateerd BAG-adres of vanuit BAG Straatnaam. Elk stationcomplex kan naar hooguit 1 BAG adres verwijzen. 1 stationcomplex kan meerdere gebouwen hebben maar die hebben allen hetzelfde adres. | Goverdrachtspunt | ||
| Goverdrachtspunt | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakGas | Maakt onderscheid tussen Hoge druk (HD) en Lage druk (LD) | Goverdrachtspunt | |
| Goverdrachtspunt | InpandigeLeidinglengte | FLOAT | Inpandige leidinglengte | nvt | Geeft de lengte weer van het inpandige deel van de aansluitleiding. Dit deel wordt niet altijd getekend | Goverdrachtspunt | |||
| Goverdrachtspunt | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Goverdrachtspunt | ||
| Goverdrachtspunt | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Goverdrachtspunt | ||
| Goverdrachtspunt | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Goverdrachtspunt | ||
| Goverdrachtspunt | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Goverdrachtspunt | ||
| Goverdrachtspunt | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Goverdrachtspunt | ||
| Goverdrachtspunt | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Goverdrachtspunt | |||
| Goverdrachtspunt | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Goverdrachtspunt | |||
| Goverdrachtspunt | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Goverdrachtspunt | |||
| Gaftakzadel | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Gaftakzadel | ||
| Gaftakzadel | Uitvoering | TEXT | 50 | Uitvoering | UitvoeringAftakzadel | Type aftakzadel, keuzelijst | Gaftakzadel | ||
| Gaftakzadel | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aftak | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Gaftakzadel | |||
| Gaftakzadel | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Gaftakzadel | ||
| Gaftakzadel | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Gaftakzadel |
| Gaftakzadel | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Gaftakzadel | |
| Gaftakzadel | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Gaftakzadel | |
| Gaftakzadel | Druk | TEXT | 50 | Druk | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | Gaftakzadel | ||
| Gaftakzadel | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakGas | Maakt onderscheid tussen Hoge druk (HD) en Lage druk (LD) | Gaftakzadel | |
| Gaftakzadel | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gaftakzadel | ||
| Gaftakzadel | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gaftakzadel | ||
| Gaftakzadel | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Gaftakzadel | ||
| Gaftakzadel | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Gaftakzadel | ||
| Gaftakzadel | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Gaftakzadel | ||
| Gaftakzadel | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Gaftakzadel | |||
| Gaftakzadel | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Gaftakzadel | |||
| Gaftakzadel | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Gaftakzadel | |||
| Geindstuk | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Geindstuk | ||
| Geindstuk | Uitvoering | TEXT | 50 | Uitvoering | UitvoeringEindstuk | Keuzelijst waarmee het type eindstuk wordt beschreven | Geindstuk | ||
| Geindstuk | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Geindstuk | |||
| Geindstuk | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Geindstuk | ||
| Geindstuk | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Geindstuk |
| Geindstuk | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Geindstuk | |
| Geindstuk | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Geindstuk | |
| Geindstuk | Druk | TEXT | 50 | Druk | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | Geindstuk | ||
| Geindstuk | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakGas | Maakt onderscheid tussen Hoge druk (HD) en Lage druk (LD) | Geindstuk | |
| Geindstuk | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Geindstuk | ||
| Geindstuk | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Geindstuk | ||
| Geindstuk | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Geindstuk | ||
| Geindstuk | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Geindstuk | ||
| Geindstuk | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Geindstuk | ||
| Geindstuk | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Geindstuk | |||
| Geindstuk | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Geindstuk | |||
| Geindstuk | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Geindstuk | |||
| GappendageOverig | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | GappendageOverig | ||
| GappendageOverig | Soort | TEXT | 50 | Soort | Blocknaam | SoortGasAppendage | Aanduiding om welk soort hulpstuk het gaat, Keuzelijst. | GappendageOverig | |
| GappendageOverig | Fabrikant | TEXT | 50 | Fabrikant | FabrikantGasAppendage | Fabrikant naam die geselecteerd moet worden uit een per netobject specifieke keuzelijst. | GappendageOverig | ||
| GappendageOverig | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | GappendageOverig | |||
| GappendageOverig | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | GappendageOverig | ||
| GappendageOverig | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | GappendageOverig |
| GappendageOverig | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | GappendageOverig | |
| GappendageOverig | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | GappendageOverig | |
| GappendageOverig | Druk | TEXT | 50 | Druk | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | GappendageOverig | ||
| GappendageOverig | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakGas | Maakt onderscheid tussen Hoge druk (HD) en Lage druk (LD) | GappendageOverig | |
| GappendageOverig | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | GappendageOverig | ||
| GappendageOverig | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | GappendageOverig | ||
| GappendageOverig | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | GappendageOverig | ||
| GappendageOverig | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | GappendageOverig | ||
| GappendageOverig | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | GappendageOverig | ||
| GappendageOverig | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | GappendageOverig | |||
| GappendageOverig | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | GappendageOverig | |||
| GappendageOverig | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | GappendageOverig | |||
| Gisolatiestuk | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Gisolatiestuk | ||
| Gisolatiestuk | Uitvoering | TEXT | 50 | Uitvoering | UitvoeringGasIsolatiestuk | Het soort Isolatiestuk. Mogelijke waarden: Isolatiestuk, Isolatieflens\n- Een Isolatiestuk bouw je tussen 2 leidingen en wordt verbonden door een lasverbinding\n- Een Isolatieflens is in feite een pakking tussen 2 flenzen en is onderdeel van een flensverbinding | Gisolatiestuk | ||
| Gisolatiestuk | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Gisolatiestuk | |||
| Gisolatiestuk | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Gisolatiestuk | ||
| Gisolatiestuk | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Gisolatiestuk |
| Gisolatiestuk | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Gisolatiestuk | |
| Gisolatiestuk | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Gisolatiestuk | |
| Gisolatiestuk | Functie | TEXT | 50 | Functie | FunctieGasIsolatiestuk | Aanduiding van de functie van het Isolatie Object. Keuzelijst met de volgende waarden:\n- Sectie scheiding\n- Ring Scheiding\n- Net scheiding | Gisolatiestuk | ||
| Gisolatiestuk | Druk | TEXT | 50 | Druk | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | Gisolatiestuk | ||
| Gisolatiestuk | BekledingAchteraf | TEXT | 50 | Bekleding achteraf | AppendagebekledingGas | Attribuut geeft aan of en welke bekleding achteraf is aangebracht. Keuzelijst: Densoleen, Manchet, .., Geen | Gisolatiestuk | ||
| Gisolatiestuk | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakGas | Maakt onderscheid tussen Hoge druk (HD) en Lage druk (LD) | Gisolatiestuk | |
| Gisolatiestuk | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gisolatiestuk | ||
| Gisolatiestuk | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gisolatiestuk | ||
| Gisolatiestuk | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Gisolatiestuk | ||
| Gisolatiestuk | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Gisolatiestuk | ||
| Gisolatiestuk | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Gisolatiestuk | ||
| Gisolatiestuk | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Gisolatiestuk | |||
| Gisolatiestuk | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Gisolatiestuk | |||
| Gisolatiestuk | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Gisolatiestuk | |||
| Govergangsstuk | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Govergangsstuk | ||
| Govergangsstuk | Uitvoering | TEXT | 50 | Uitvoering | UitvoeringGasOvergangsstuk | Combinatie van eigenschappen waarmee het overgangsstuk wordt aangeduid. | Govergangsstuk | ||
| Govergangsstuk | OmschrijvingUitvoering | TEXT | 50 | Omschrijving uitvoering | nvt | Dit attribuut wordt gebruikt voor omschrijving van de uitvoering voor uitvoeringen die niet meer nieuw worden aangelegd. | Govergangsstuk | ||
| Govergangsstuk | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Govergangsstuk | |||
| Govergangsstuk | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Govergangsstuk | ||
| Govergangsstuk | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Govergangsstuk |
| Govergangsstuk | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Govergangsstuk | |
| Govergangsstuk | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Govergangsstuk | |
| Govergangsstuk | Druk | TEXT | 50 | Druk | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | Govergangsstuk | ||
| Govergangsstuk | BekledingAchteraf | TEXT | 50 | Bekleding achteraf | AppendagebekledingGas | Attribuut geeft aan of en welke bekleding achteraf is aangebracht. Keuzelijst: Densoleen, Manchet, .., Geen | Govergangsstuk | ||
| Govergangsstuk | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakGas | Maakt onderscheid tussen Hoge druk (HD) en Lage druk (LD) | Govergangsstuk | |
| Govergangsstuk | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Govergangsstuk | ||
| Govergangsstuk | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Govergangsstuk | ||
| Govergangsstuk | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Govergangsstuk | ||
| Govergangsstuk | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Govergangsstuk | ||
| Govergangsstuk | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Govergangsstuk | ||
| Govergangsstuk | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Govergangsstuk | |||
| Govergangsstuk | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Govergangsstuk | |||
| Govergangsstuk | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Govergangsstuk | |||
| Gmeetpunt | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Gmeetpunt | ||
| Gmeetpunt | SoortMeetpunt | TEXT | 50 | Soort meetpunt | SoortGasMeetpunt | Het soort meetpunt geeft de functie van het meetpunt weer. | Gmeetpunt | ||
| Gmeetpunt | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Gmeetpunt | |||
| Gmeetpunt | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Gmeetpunt | ||
| Gmeetpunt | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Gmeetpunt |
| Gmeetpunt | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Gmeetpunt | |
| Gmeetpunt | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Gmeetpunt | |
| Gmeetpunt | Druk | TEXT | 50 | Druk | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | Gmeetpunt | ||
| Gmeetpunt | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakGas | Maakt onderscheid tussen Hoge druk (HD) en Lage druk (LD) | Gmeetpunt | |
| Gmeetpunt | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gmeetpunt | ||
| Gmeetpunt | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gmeetpunt | ||
| Gmeetpunt | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Gmeetpunt | ||
| Gmeetpunt | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Gmeetpunt | ||
| Gmeetpunt | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Gmeetpunt | ||
| Gmeetpunt | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Gmeetpunt | |||
| Gmeetpunt | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Gmeetpunt | |||
| Gmeetpunt | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Gmeetpunt | |||
| Gsifon | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Gsifon | ||
| Gsifon | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Gsifon | |||
| Gsifon | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Gsifon | ||
| Gsifon | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Gsifon |
| Gsifon | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Gsifon | |
| Gsifon | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Gsifon | |
| Gsifon | Druk | TEXT | 50 | Druk | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | Gsifon | ||
| Gsifon | Standpijp | TEXT | 3 | Standpijp | JaNee | Is er een standpijp aanwezig? Mogelijke waarden : ja , nee | Gsifon | ||
| Gsifon | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakGas | Maakt onderscheid tussen Hoge druk (HD) en Lage druk (LD) | Gsifon | |
| Gsifon | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gsifon | ||
| Gsifon | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gsifon | ||
| Gsifon | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Gsifon | ||
| Gsifon | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Gsifon | ||
| Gsifon | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Gsifon | ||
| Gsifon | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Gsifon | |||
| Gsifon | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Gsifon | |||
| Gsifon | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Gsifon | |||
| GverticaleBocht | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | GverticaleBocht | ||
| GverticaleBocht | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | GverticaleBocht | |||
| GverticaleBocht | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | GverticaleBocht | ||
| GverticaleBocht | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | GverticaleBocht |
| GverticaleBocht | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | GverticaleBocht | |
| GverticaleBocht | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | GverticaleBocht | |
| GverticaleBocht | Druk | TEXT | 50 | Druk | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | GverticaleBocht | ||
| GverticaleBocht | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakGas | Maakt onderscheid tussen Hoge druk (HD) en Lage druk (LD) | GverticaleBocht | |
| GverticaleBocht | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | GverticaleBocht | ||
| GverticaleBocht | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | GverticaleBocht | ||
| GverticaleBocht | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | GverticaleBocht | ||
| GverticaleBocht | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | GverticaleBocht | ||
| GverticaleBocht | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | GverticaleBocht | ||
| GverticaleBocht | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | GverticaleBocht | |||
| GverticaleBocht | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | GverticaleBocht | |||
| GverticaleBocht | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | GverticaleBocht | |||
| Gontspanningselement | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Gontspanningselement | ||
| Gontspanningselement | Uitvoering | TEXT | 70 | Uitvoering | UitvoeringOntspanningselement | Combinatie van eigenschappen waarmee het type ontspanningselement wordt aangeduid | Gontspanningselement | ||
| Gontspanningselement | KoppelingAansluitleiding | TEXT | 50 | Koppeling aansluitleiding | KoppelingAansluitleidingOSE | Geeft aan op welke wijze de aansluitleiding is gekoppeld met het Ontspanningselement | Gontspanningselement | ||
| Gontspanningselement | KoppelingGeveldoorvoer | TEXT | 50 | Koppeling geveldoorvoer | KoppelingGeveldoorvoerOSE | Alleen relevant voor type constructie: Ontspanningselement.\nWijze van bevestiging op de leiding die voor geveldoorvoer wordt gebruikt.\nKeuzelijst bijvoorbeeld: Clickmoer, Vast | Gontspanningselement | ||
| Gontspanningselement | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Gontspanningselement | |||
| Gontspanningselement | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Gontspanningselement | ||
| Gontspanningselement | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Gontspanningselement |
| Gontspanningselement | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Gontspanningselement | |
| Gontspanningselement | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Gontspanningselement | |
| Gontspanningselement | Druk | TEXT | 50 | Druk | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | Gontspanningselement | ||
| Gontspanningselement | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gontspanningselement | ||
| Gontspanningselement | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gontspanningselement | ||
| Gontspanningselement | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Gontspanningselement | ||
| Gontspanningselement | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Gontspanningselement | ||
| Gontspanningselement | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Gontspanningselement | ||
| Gontspanningselement | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Gontspanningselement | |||
| Gontspanningselement | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Gontspanningselement | |||
| Gontspanningselement | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Gontspanningselement | |||
| Gblaasgatzadel | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Gblaasgatzadel | ||
| Gblaasgatzadel | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Gblaasgatzadel | |||
| Gblaasgatzadel | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Gblaasgatzadel | ||
| Gblaasgatzadel | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Gblaasgatzadel |
| Gblaasgatzadel | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Gblaasgatzadel | |
| Gblaasgatzadel | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Gblaasgatzadel | |
| Gblaasgatzadel | Druk | TEXT | 50 | Druk | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | Gblaasgatzadel | ||
| Gblaasgatzadel | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakGas | Maakt onderscheid tussen Hoge druk (HD) en Lage druk (LD) | Gblaasgatzadel | |
| Gblaasgatzadel | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gblaasgatzadel | ||
| Gblaasgatzadel | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gblaasgatzadel | ||
| Gblaasgatzadel | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Gblaasgatzadel | ||
| Gblaasgatzadel | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Gblaasgatzadel | ||
| Gblaasgatzadel | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Gblaasgatzadel | ||
| Gblaasgatzadel | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Gblaasgatzadel | |||
| Gblaasgatzadel | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Gblaasgatzadel | |||
| Gblaasgatzadel | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Gblaasgatzadel | |||
| Gleidingafblaas | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Gleidingafblaas | ||
| Gleidingafblaas | Soort | TEXT | 50 | Soort | SoortGasLeidingafblaas | Aanduiding welk soort leidingafblaas is toegepast, keuzelijst | Gleidingafblaas | ||
| Gleidingafblaas | Diameter | TEXT | 50 | Diameter | BuitenDiameterGasleiding | De buitendiameter van de buis/leiding in mm | Gleidingafblaas | ||
| Gleidingafblaas | SoortAfsluiter | TEXT | 50 | Soort afsluiter | SoortGasAfsluiterAfblaas | Geeft het soort afsluiter weer dat op de leidingafblaas is toegepast | Gleidingafblaas | ||
| Gleidingafblaas | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Gleidingafblaas | |||
| Gleidingafblaas | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Gleidingafblaas | ||
| Gleidingafblaas | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Gleidingafblaas |
| Gleidingafblaas | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Gleidingafblaas | |
| Gleidingafblaas | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Gleidingafblaas | |
| Gleidingafblaas | Druk | TEXT | 50 | Druk | Druk | Nominale druk waaronder het component bedreven wordt. | Gleidingafblaas | ||
| Gleidingafblaas | Verbindingstechniek | TEXT | 50 | Verbindingstechniek | VerbindingstechniekGasAfsluiter | Techniek die gebruikt is voor het verbinden van de leiding en de afsluiter. Deze techniek kan aan weerzijden van de afsluiter verschillen. | Gleidingafblaas | ||
| Gleidingafblaas | Netvlak | TEXT | 50 | Netvlak | 1 | NetvlakGas | Maakt onderscheid tussen Hoge druk (HD) en Lage druk (LD) | Gleidingafblaas | |
| Gleidingafblaas | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gleidingafblaas | ||
| Gleidingafblaas | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Gleidingafblaas | ||
| Gleidingafblaas | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Gleidingafblaas | ||
| Gleidingafblaas | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Gleidingafblaas | ||
| Gleidingafblaas | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Gleidingafblaas | ||
| Gleidingafblaas | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Gleidingafblaas | |||
| Gleidingafblaas | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Gleidingafblaas | |||
| Gleidingafblaas | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Gleidingafblaas | |||
| Amarkeringsobject | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Amarkeringsobject | ||
| Amarkeringsobject | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Amarkeringsobject |
| Amarkeringsobject | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Amarkeringsobject | |
| Amarkeringsobject | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Amarkeringsobject | ||
| Amarkeringsobject | Nummer | TEXT | 50 | Nummer | nvt | Het nummer dat door de Netbeheerder is toegekend aan de kast of het station | Amarkeringsobject | ||
| Amarkeringsobject | Thema | TEXT | 50 | Thema | 1 | Thema | Geeft het Wibon-thema van het net waarin deze asset wordt gebruikt | Amarkeringsobject | |
| Amarkeringsobject | Opmerking | TEXT | 255 | Opmerking | nvt | Mogelijkheid tot het vastleggen van additionele informatie, normaal bedoeld voor de toepassingen in catalogi (Uitv). | Amarkeringsobject | ||
| Amarkeringsobject | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Amarkeringsobject | ||
| Amarkeringsobject | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Amarkeringsobject | ||
| Amarkeringsobject | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Amarkeringsobject | ||
| Amarkeringsobject | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Amarkeringsobject | ||
| Amarkeringsobject | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Amarkeringsobject | ||
| Amarkeringsobject | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Amarkeringsobject | |||
| Amarkeringsobject | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Amarkeringsobject | |||
| Amarkeringsobject | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Amarkeringsobject | |||
| KBgelijkrichter | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | Uitvoering | TEXT | 50 | Uitvoering | UitvoeringKBgelijkrichter | Type gelijkrichter, keuzelijst | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | Fabrikant | TEXT | 50 | Fabrikant | FabrikantKBgelijkrichter | Fabrikant naam die geselecteerd moet worden uit een per netobject specifieke keuzelijst. | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | KBgelijkrichter | |||
| KBgelijkrichter | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | KBgelijkrichter |
| KBgelijkrichter | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | KBgelijkrichter | |
| KBgelijkrichter | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | KBgelijkrichter | |
| KBgelijkrichter | AantalAnodes | LONG | aantal anodes | nvt | Het aantal anodes dat op elkaar liggen. | KBgelijkrichter | |||
| KBgelijkrichter | OvergangsweerstandAnodebed | LONG | Overgangsweerstand anodebed | nvt | De overgangsweerstand van het anodebed (O). Bij de overgang van het ene naar het andere metaal (of anderssoortige geleider) treedt er meestal een extra weerstand op. Deze weerstand is afhankelijk van de betreffende materialen, maar vooral van de mechanische contactdruk. Dat is de kracht waarmee de materialen op elkaar gedrukt worden. | KBgelijkrichter | |||
| KBgelijkrichter | Naam | TEXT | 50 | Naam | nvt | Naam van het station of kast, zoals uitgegeven door de Netbeheerder\n | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | Meetpuntnummer | TEXT | 50 | Meetpuntnummer | nvt | Nummer waarmee de KB asset uniek kan worden geïdentificeerd.\nDit nummer staat met een label op het object in het veld (op het paaltje).\n\nUitsluitend de verschillende bovengrondse objecten (Meetpaal, Gelijkrichter en Drainage) kennen een KB Meetpuntnummer. Het nummer verschilt per bovengronds object, maar zit wel in dezelfde reeks.\n\nDit betreft een betekenisvol nummer, ofwel een nummer dat een betekenis in zich heeft. \nVoorbeeldwaarde: ZOG-1409, etc\n | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | KBnet | TEXT | 50 | KB net | nvt | Nummer waarmee het KB net en de daarin voorkomende objecten worden aangeduid | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | KBsectie | TEXT | 50 | KB Sectie | nvt | Nummer waarmee de KB Sectie wordt aangeduid | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | Signalering | TEXT | 3 | Signalering | JaNee | Heeft de gelijkrichter signalering Ja/Nee | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | Onderbreker | TEXT | 3 | Onderbreker | JaNee | Geeft aan of er een onderbreker aanwezig is | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | CapaciteitSpanning | LONG | capaciteit spanning | nvt | De maximale spanning waarvoor deze gelijkrichter geschikt is | KBgelijkrichter | |||
| KBgelijkrichter | CapaciteitStroom | LONG | capaciteit stroom | nvt | De capaciteit van de gelijkrichter in stroom | KBgelijkrichter | |||
| KBgelijkrichter | SerienummerVoeding | TEXT | 50 | serienummer voeding | nvt | Serienummer dat de fabrukant heeft toegekend aan de voeding | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | MateriaalBehuizing | TEXT | 50 | materiaal behuizing | MateriaalBehuizingKBgelijkrichter | Materiaal waarvan de behuizing is gemaakt. | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | TypeBehuizing | TEXT | 50 | Type behuizing | TypeKBbehuizingGelijkrichter | Geeft het behuizingtype van de gelijkrichter | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | Thema | TEXT | 50 | Thema | 2 | ThemaKB | Geeft het Wibon-thema van het net waarin deze asset wordt gebruikt | KBgelijkrichter | |
| KBgelijkrichter | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | KBgelijkrichter | ||
| KBgelijkrichter | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | KBgelijkrichter | |||
| KBgelijkrichter | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | KBgelijkrichter | |||
| KBgelijkrichter | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | KBgelijkrichter | |||
| KBmeetpaal | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | TypeBehuizing | TEXT | 50 | Type behuizing | TypeKBbehuizingMeetpaal | Geeft het behuizingtype van de meetpaal | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | TypeMeetelectrode | TEXT | 50 | Type meetelectrode | TypeKBmeetelectrode | Geeft het gebruikte type meetelectrode | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | KBmeetpaal | |||
| KBmeetpaal | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | KBmeetpaal |
| KBmeetpaal | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | KBmeetpaal | |
| KBmeetpaal | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | KBmeetpaal | |
| KBmeetpaal | Functie | TEXT | 200 | Functie | FunctieKBmeetpaal | De functie van de meetpaal aangeduid met een nummer. \nBijvoorbeeld: 4 (norm omschrijving: Meetpunt met 3 isolatiestukken) | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | Inmeetwijze | TEXT | 50 | Inmeetwijze | Inmeetwijze | Attribuut dat de wijze van inwinning van de ligging aangeeft. \n | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | Nauwkeurigheid | TEXT | 50 | Nauwkeurigheid | NauwkeurigheidXYvalue | Geeft aan wat de nauwkeurigheid is van de ligging van het object. Wordt alleen op kabels en leidingen vastgelegd, niet op de appendages | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | Meetpuntnummer | TEXT | 50 | Meetpuntnummer | nvt | Nummer waarmee de KB asset uniek kan worden geïdentificeerd.\nDit nummer staat met een label op het object in het veld (op het paaltje).\n\nUitsluitend de verschillende bovengrondse objecten (Meetpaal, Gelijkrichter en Drainage) kennen een KB Meetpuntnummer. Het nummer verschilt per bovengronds object, maar zit wel in dezelfde reeks.\n\nDit betreft een betekenisvol nummer, ofwel een nummer dat een betekenis in zich heeft. \nVoorbeeldwaarde: ZOG-1409, etc\n\n\n\n\n\n | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | NummerFysiekOpMeetpaal | TEXT | 50 | Nummer fysiek op meetpaal | nvt | Door de Netbeheerder uitegeven uniek nummer van de meetpaal\n | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | KBnet | TEXT | 50 | KB net | nvt | Nummer waarmee het KB net en de daarin voorkomende objecten worden aangeduid | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | KBsectie | TEXT | 50 | KB Sectie | nvt | Nummer waarmee de KB Sectie wordt aangeduid | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | WeerstandAanwezig | TEXT | 3 | Weerstand aanwezig | JaNee | Geeft aan of er een weerstand aanwezig is in de Kbmeetpaal | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | DiodeAanwezig | TEXT | 3 | Diode aanwezig | JaNee | Geeft aan of een diode aanwezig is in de meetpaal | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | BeschermbeugelAanwezig | TEXT | 3 | Beschermbeugel aanwezig | JaNee | Geeft aan of de meetpaal een beschermbeugel heeft | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | NadereToegangsaanduiding | TEXT | 3 | Nadere toegangsaanduiding | JaNee | Geeft aan of er sprake is van een andere toegangsaanduiding | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | AantalStiften | LONG | Aantal stiften | nvt | Het aantal stiften dat in de meetpaal aanwezig is. | KBmeetpaal | |||
| KBmeetpaal | Telemeting | TEXT | 50 | Telemeting | JaNee | Vindt er meting op afstand (via telemetrie) plaats op deze meetpaal? | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | Thema | TEXT | 50 | Thema | 2 | ThemaKB | Geeft het Wibon-thema van het net waarin deze asset wordt gebruikt | KBmeetpaal | |
| KBmeetpaal | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | KBmeetpaal | ||
| KBmeetpaal | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | KBmeetpaal | |||
| KBmeetpaal | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | KBmeetpaal | |||
| KBmeetpaal | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | KBmeetpaal | |||
| KBmeetdraad | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | Uitvoering | TEXT | 50 | Uitvoering | UitvoeringKBdraad | Combinatie van eigenschappen waarmee het type Kbmeetdraad wordt aangeduid\n\nVoorbeeld (standaardwaarde): 10 mm2 | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | KBmeetdraad | |||
| KBmeetdraad | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | KBmeetdraad | |
| KBmeetdraad | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | KBmeetdraad | |
| KBmeetdraad | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | KBmeetdraad | |
| KBmeetdraad | FunctieVerbondenObject | TEXT | 50 | Functie verbonden object | FunctieKBdraad | Geeft weer welke functie het verbonden object heeft | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | Subfunctie | TEXT | 50 | Subfunctie | SubfunctieKBdraad | Nadere detaillering van de functie van de KB Meetdraad. | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | Inmeetwijze | TEXT | 50 | Inmeetwijze | Inmeetwijze | Attribuut dat de wijze van inwinning van de ligging aangeeft. \n | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | Nauwkeurigheid | TEXT | 50 | Nauwkeurigheid | NauwkeurigheidXYvalue | Geeft aan wat de nauwkeurigheid is van de ligging van het object. Wordt alleen op kabels en leidingen vastgelegd, niet op de appendages | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | Kabelkleur | TEXT | 50 | Kabelkleur | KabelkleurKBdraad | Rood = Anode, Zwart = Kathode | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | Omschrijving | TEXT | 255 | Omschrijving | nvt | Omschrijving van het bemeten object.\n\nVoorbeeldwaarden: Aftak, doorgaande KB, leiding tussen isolatie-koppelingen, magnesium lint, etc. | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | ExtraCodering | TEXT | 50 | Extra codering | nvt | Identificatie van de gemeten ader binnen de sectie en looproute\n\nDit betreft een betekenisvol nummer, ofwel een nummer dat een betekenis in zich heeft.\nVoorbeeldwaarden: R1, R2, etc.\n\nDit attribuut is deel van de sleutel samen met KB Vast Nummer\n\nAlternatieve naam: Aderomschrijving | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | CoderingVerbondenObject | TEXT | 50 | Codering verbonden object | nvt | Het ondergrondse KB Object (Anode, Referentiecel, Steraarding of de Gasleiding) waarmee de meetdraad is verbonden. | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | Doorverbonden | TEXT | 3 | Doorverbonden | JaNee | Geeft aan of de meetdraad is doorverbonden of niet | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | KBnet | TEXT | 50 | KB net | nvt | Nummer waarmee het KB net en de daarin voorkomende objecten worden aangeduid | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | KBsectie | TEXT | 50 | KB Sectie | nvt | Nummer waarmee de KB Sectie wordt aangeduid | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | Thema | TEXT | 50 | Thema | 2 | ThemaKB | Geeft het Wibon-thema van het net waarin deze asset wordt gebruikt | KBmeetdraad | |
| KBmeetdraad | Lengte | LONG | Lengte | nvt | Lengte van de meetdraad in meters | KBmeetdraad | |||
| KBmeetdraad | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | KBmeetdraad | ||
| KBmeetdraad | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | KBmeetdraad | |||
| KBmeetdraad | Geometry | SHAPE | 3D Lijngeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een lijn, bestaande uit tenminste twee verbonden punten (vertices), waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | KBmeetdraad | |||
| KBanode | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | KBanode | ||
| KBanode | SoortAnode | TEXT | 50 | Soort anode | SoortKBanode | Keuzelijst voor het soort Anode dat is toegepast | KBanode | ||
| KBanode | AantalAnodes | LONG | Aantal anodes | nvt | Het aantal anodes dat op elkaar liggen. | KBanode | |||
| KBanode | Materiaal | TEXT | 50 | Materiaal | MateriaalKBanode | Materiaal van de Referentiecel. | KBanode | ||
| KBanode | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | KBanode | |||
| KBanode | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | KBanode | ||
| KBanode | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | KBanode |
| KBanode | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | KBanode | |
| KBanode | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | KBanode | |
| KBanode | Nummer | TEXT | 50 | Nummer | nvt | Het nummer dat door de Netbeheerder is toegekend aan de kast of het station | KBanode | ||
| KBanode | KBnet | TEXT | 50 | KB net | nvt | Nummer waarmee het KB net en de daarin voorkomende objecten worden aangeduid | KBanode | ||
| KBanode | GewichtPerAnode | TEXT | 50 | Gewicht per anode | nvt | Geeft weer wat het gewicht in Kg is per Anode | KBanode | ||
| KBanode | LengteKolom | TEXT | 50 | Lengte kolom | nvt | Lengte van de anodekolom in meters | KBanode | ||
| KBanode | Boordiepte | TEXT | 50 | Boordiepte | nvt | Geeft weer tot welke diepte is geboord voor aanleg van het Anodebed | KBanode | ||
| KBanode | KBsectie | TEXT | 50 | KB Sectie | nvt | Nummer waarmee de KB Sectie wordt aangeduid | KBanode | ||
| KBanode | Thema | TEXT | 50 | Thema | 2 | ThemaKB | Geeft het Wibon-thema van het net waarin deze asset wordt gebruikt | KBanode | |
| KBanode | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | KBanode | ||
| KBanode | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | KBanode | ||
| KBanode | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | KBanode | ||
| KBanode | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | KBanode | ||
| KBanode | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | KBanode | ||
| KBanode | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | KBanode | |||
| KBanode | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | KBanode | |||
| KBanode | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | KBanode | |||
| KBdrainage | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | KBdrainage | ||
| KBdrainage | Type | TEXT | 50 | Type | TypeKBdrainage | Type drainage dat is toegepast | KBdrainage | ||
| KBdrainage | Fabrikant | TEXT | 50 | Fabrikant | FabrikantKBdrainage | Fabrikant naam die geselecteerd moet worden uit een per netobject specifieke keuzelijst. | KBdrainage | ||
| KBdrainage | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | KBdrainage | |||
| KBdrainage | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | KBdrainage | ||
| KBdrainage | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | KBdrainage |
| KBdrainage | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | KBdrainage | |
| KBdrainage | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | KBdrainage | |
| KBdrainage | Nummer | TEXT | 50 | Nummer | nvt | Het nummer dat door de Netbeheerder is toegekend aan de kast of het station | KBdrainage | ||
| KBdrainage | KBnet | TEXT | 50 | KB net | nvt | Nummer waarmee het KB net en de daarin voorkomende objecten worden aangeduid | KBdrainage | ||
| KBdrainage | KBsectie | TEXT | 50 | KB Sectie | nvt | Nummer waarmee de KB Sectie wordt aangeduid | KBdrainage | ||
| KBdrainage | DrainageStroomsoort | TEXT | 50 | Drainage stroomsoort | StroomsoortKBdrainage | Geeft aan of de drainage met gelijkstroom of wisselstroom is uitgevoerd | KBdrainage | ||
| KBdrainage | InstelwaardeGedraineerdeStroom | LONG | Instelwaarde gedraineerde stroom | nvt | Afgeleid van de drainage stroomsoort wordt hier de ingestelde stroom in milli Ampère [mA] geregistreerd. | KBdrainage | |||
| KBdrainage | VeroorzakerZwerfstroom | TEXT | 50 | Veroorzaker zwerfstroom | nvt | Vrije tekst om aan te duiden wat de veroorzaker is van een zwerfstroom | KBdrainage | ||
| KBdrainage | Zekeringswaarde | LONG | Zekeringswaarde | nvt | Zekeringwaarde in Ampere van de zekering voor de KB drainage | KBdrainage | |||
| KBdrainage | ReservekabelAanwezig | TEXT | 3 | Reservekabel aanwezig | JaNee | Is een reservekabel aanwezig Ja/Nee? | KBdrainage | ||
| KBdrainage | ReservekabelInGebruik | TEXT | 3 | Reservekabel in gebruik | JaNee | Is de reservekabel in gebruik Ja/Nee? | KBdrainage | ||
| KBdrainage | Thema | TEXT | 50 | Thema | 2 | ThemaKB | Geeft het Wibon-thema van het net waarin deze asset wordt gebruikt | KBdrainage | |
| KBdrainage | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | KBdrainage | ||
| KBdrainage | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | KBdrainage | ||
| KBdrainage | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | KBdrainage | ||
| KBdrainage | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | KBdrainage | ||
| KBdrainage | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | KBdrainage | ||
| KBdrainage | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | KBdrainage | |||
| KBdrainage | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | KBdrainage | |||
| KBdrainage | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | KBdrainage | |||
| KBobject | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | KBobject | ||
| KBobject | SoortObject | TEXT | 50 | Soort object | SoortKBobject | Keuzelijst voor het soort KB-object | KBobject | ||
| KBobject | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | KBobject | |||
| KBobject | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | KBobject | ||
| KBobject | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | KBobject |
| KBobject | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | KBobject | |
| KBobject | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | BewerkingGas | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | KBobject | |
| KBobject | Objectnummer | TEXT | 50 | Objectnummer | nvt | Door de Netbeheerder uitgegeven nummer voor het KB object | KBobject | ||
| KBobject | KBnet | TEXT | 50 | KB net | nvt | Nummer waarmee het KB net en de daarin voorkomende objecten worden aangeduid | KBobject | ||
| KBobject | KBsectie | TEXT | 50 | KB Sectie | nvt | Nummer waarmee de KB Sectie wordt aangeduid | KBobject | ||
| KBobject | Thema | TEXT | 50 | Thema | 2 | ThemaKB | Geeft het Wibon-thema van het net waarin deze asset wordt gebruikt | KBobject | |
| KBobject | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | KBobject | ||
| KBobject | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | KBobject | ||
| KBobject | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | KBobject | ||
| KBobject | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | KBobject | ||
| KBobject | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | KBobject | ||
| KBobject | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | KBobject | |||
| KBobject | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | KBobject | |||
| KBobject | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | KBobject | |||
| Tkabel | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Tkabel | ||
| Tkabel | OmschrijvingUitvoering | TEXT | 50 | Omschrijving uitvoering | nvt | Dit attribuut wordt gebruikt voor omschrijving van de uitvoering voor uitvoeringen die niet meer nieuw worden aangelegd. | Tkabel | ||
| Tkabel | Fabrikant | TEXT | 50 | Fabrikant | FabrikantKabel | Fabrikant naam die geselecteerd moet worden uit een per netobject specifieke keuzelijst. | Tkabel | ||
| Tkabel | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Tkabel | |||
| Tkabel | DatumFabricage | DATE ONLY | Datum Fabricage | nvt | Dag waarop het object is gefabriceerd dan wel gebouwd. Opmerking: Datum waarop de kabel is gefabriceerd.\nNiet te verwarren met aanschafdatum (niet geregistreerd in GIS) of aanlegdatum (wel geregistreerd in GIS) \nMeestal staat dit gegeven op de mantel van de kabel vermeld. | Tkabel | |||
| Tkabel | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Tkabel | ||
| Tkabel | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Tkabel | |
| Tkabel | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Tkabel | |
| Tkabel | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Tkabel | |
| Tkabel | Inmeetwijze | TEXT | 50 | Inmeetwijze | Inmeetwijze | Attribuut dat de wijze van inwinning van de ligging aangeeft. \n | Tkabel | ||
| Tkabel | Nauwkeurigheid | TEXT | 50 | Nauwkeurigheid | NauwkeurigheidXYvalue | Geeft aan wat de nauwkeurigheid is van de ligging van het object. Wordt alleen op kabels en leidingen vastgelegd, niet op de appendages | Tkabel | ||
| Tkabel | RedenNietVerwijdering | TEXT | 50 | Reden niet verwijdering | RedenNietVerwijdering | Reden waarom bij uitgebruikname een kabel toch niet mag worden verwijderd.\n\nVoorbeeldwaarden: asfalt, vervuilde grond, ligt te diep | Tkabel | ||
| Tkabel | Verbindingnummer | TEXT | 50 | Verbindingnummer | nvt | Nummer waarmee de kabel/verbinding uniek wordt aangeduid. | Tkabel | ||
| Tkabel | Zegeltekst | TEXT | 50 | Zegeltekst | nvt | Tekst die op het zegel staat. Het zegel zit fysiek aan de E_Kabel vast. | Tkabel | ||
| Tkabel | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Tkabel | ||
| Tkabel | Subnettype | TEXT | 50 | Subnettype | 2 | Subnettype | Om onderscheid te maken tussen: Aansluitnet, distributienet en transportnet | Tkabel | |
| Tkabel | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Tkabel | ||
| Tkabel | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Tkabel | ||
| Tkabel | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Tkabel | ||
| Tkabel | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Tkabel | ||
| Tkabel | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Tkabel | |||
| Tkabel | Geometry | SHAPE | 3D Lijngeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een lijn, bestaande uit tenminste twee verbonden punten (vertices), waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Tkabel | |||
| Tmof | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Tmof | ||
| Tmof | TypeOmschrijving | TEXT | 50 | Type omschrijving | nvt | De uitvoering van de Telecommof voor het kopernet (slechts ter informatie) | Tmof | ||
| Tmof | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Tmof | |||
| Tmof | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Tmof | ||
| Tmof | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Tmof |
| Tmof | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Tmof | |
| Tmof | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Tmof | |
| Tmof | Functie | TEXT | 50 | Functie | 1 | FunctieTelecomMof | Waar is de mof standaard voor geschikt?\nKeuzelijst: bijvoorbeeld Aftakmof (AM), Eindmof (EM), Verbindingsmof (VM), Omkokeringsmnof (OK).\nDit type kan eventueel worden bepaald door de netlogica (het aantal verbonden kabeldelen) | Tmof | |
| Tmof | Subnettype | TEXT | 50 | Subnettype | Subnettype | Om onderscheid te maken tussen: Aansluitnet, distributienet en transportnet | Tmof | ||
| Tmof | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Tmof | ||
| Tmof | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Tmof | ||
| Tmof | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Tmof | ||
| Tmof | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Tmof | ||
| Tmof | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Tmof | ||
| Tmof | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Tmof | |||
| Tmof | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Tmof | |||
| Tmof | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Tmof | |||
| Toverdrachtspunt | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Toverdrachtspunt | ||
| Toverdrachtspunt | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Toverdrachtspunt |
| Toverdrachtspunt | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Toverdrachtspunt | |
| Toverdrachtspunt | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Toverdrachtspunt | |
| Toverdrachtspunt | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Toverdrachtspunt | ||
| Toverdrachtspunt | BAGid | TEXT | 50 | BAG AdresId | nvt | Er is sprake van 3 typen adres aanduiding bij het stationcomplex\n1. Plaatsnaam Assetregister (verplicht; een stationcomplex moet altijd een (woon)plaats hebben) Dit wordt vastgelegd in het attribuut 'Plaatsnaam Assetregister*'\n2. Relatie met BAG adres (niet verplicht). Een stationcomplex kan verwijzen naar 1 volledig adres in de BAG (van het gerelateerde Verblijfsobject worden getoond: woonplaatsnaam+ straatnaam + huisnummer + evt. huisnummer toevoeging+ evt . huisletter +evt. postcode)\n3. Als relatie met BAG adres (verblijfsobject) niet mogelijk is kan het stationcomplex verwijzen naar 1 BAG straatnaam (van de gerelateerde Openbareruimte wordt getoond: naam) \n\nAttribuut 'Plaatsnaam Assetregister*' toont : BAG-woonplaats. Afhankelijk van de situatie wordt het veld 'Adres (BAG)*'eventueel gevuld met informatie uit gerelateerd BAG-adres of vanuit BAG Straatnaam. Elk stationcomplex kan naar hooguit 1 BAG adres verwijzen. 1 stationcomplex kan meerdere gebouwen hebben maar die hebben allen hetzelfde adres. | Toverdrachtspunt | ||
| Toverdrachtspunt | InpandigeKabellengte | FLOAT | Inpandige kabellengte | nvt | Geeft de lengte weer van het inpandige deel van de aansluitkabel. Dit deel wordt niet altijd getekend | Toverdrachtspunt | |||
| Toverdrachtspunt | BGTid | TEXT | 50 | BGT ID | nvt | BGT identificatie van het object waarvoor de aansluiting is gerealiseerd. Dit is met name van belang voor straatmeubilair en andere niet-adresseerbare obejcten. | Toverdrachtspunt | ||
| Toverdrachtspunt | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Toverdrachtspunt | ||
| Toverdrachtspunt | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Toverdrachtspunt | ||
| Toverdrachtspunt | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Toverdrachtspunt | ||
| Toverdrachtspunt | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Toverdrachtspunt | ||
| Toverdrachtspunt | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Toverdrachtspunt | ||
| Toverdrachtspunt | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Toverdrachtspunt | |||
| Toverdrachtspunt | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Toverdrachtspunt | |||
| Toverdrachtspunt | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Toverdrachtspunt | |||
| Tstation | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Tstation | ||
| Tstation | Naam | TEXT | 50 | Naam | nvt | Naam van het station of kast, zoals uitgegeven door de Netbeheerder\n | Tstation | ||
| Tstation | Nummer | TEXT | 50 | Nummer | nvt | Het nummer dat door de Netbeheerder is toegekend aan de kast of het station | Tstation | ||
| Tstation | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Tstation | |||
| Tstation | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Tstation | ||
| Tstation | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Tstation | |
| Tstation | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Tstation | |
| Tstation | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Tstation | |
| Tstation | Straatnaam | TEXT | 50 | Straatnaam | nvt | Straatnaam (onderdeel van adres) | Tstation | ||
| Tstation | Huisnummer | TEXT | 15 | Huisnummer | nvt | Huisnummer (onderdeel van het adres) | Tstation | ||
| Tstation | HuisnummerToevoeging | TEXT | 15 | Huisnummer toevoeging | nvt | Huisnummertoevoeging (onderdeel van het adres) | Tstation | ||
| Tstation | Postcode | TEXT | 7 | Postcode | nvt | Postcode (Onderdeel van adres) | Tstation | ||
| Tstation | Plaatsnaam | TEXT | 50 | Plaatsnaam | nvt | Plaatsnaam (onderdeel van adres) | Tstation | ||
| Tstation | BAGid | TEXT | 50 | BAG AdresId | nvt | Er is sprake van 3 typen adres aanduiding bij het stationcomplex\n1. Plaatsnaam Assetregister (verplicht; een stationcomplex moet altijd een (woon)plaats hebben) Dit wordt vastgelegd in het attribuut 'Plaatsnaam Assetregister*'\n2. Relatie met BAG adres (niet verplicht). Een stationcomplex kan verwijzen naar 1 volledig adres in de BAG (van het gerelateerde Verblijfsobject worden getoond: woonplaatsnaam+ straatnaam + huisnummer + evt. huisnummer toevoeging+ evt . huisletter +evt. postcode)\n3. Als relatie met BAG adres (verblijfsobject) niet mogelijk is kan het stationcomplex verwijzen naar 1 BAG straatnaam (van de gerelateerde Openbareruimte wordt getoond: naam) \n\nAttribuut 'Plaatsnaam Assetregister*' toont : BAG-woonplaats. Afhankelijk van de situatie wordt het veld 'Adres (BAG)*'eventueel gevuld met informatie uit gerelateerd BAG-adres of vanuit BAG Straatnaam. Elk stationcomplex kan naar hooguit 1 BAG adres verwijzen. 1 stationcomplex kan meerdere gebouwen hebben maar die hebben allen hetzelfde adres. | Tstation | ||
| Tstation | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Tstation | ||
| Tstation | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Tstation | ||
| Tstation | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Tstation | ||
| Tstation | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Tstation | ||
| Tstation | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Tstation | ||
| Tstation | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Tstation | |||
| Tstation | Geometry | SHAPE | 2D Vlakgeometrie | nvt | Vastlegging van het oppervlak in RD-cooordinaten.\nFysieke weergave van een object in de vorm van een vlak, waarbij het vlak de grenzen aangeeft van het object op het maaiveld | Tstation | |||
| Tbuis | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Tbuis | ||
| Tbuis | Materiaal | TEXT | 50 | Materiaal | 4 | MateriaalTelecomBuis | Materiaal van de gebruikte telecombuis | Tbuis | |
| Tbuis | Diameter | TEXT | 50 | Diameter | 5 | DiameterTelecomBuis | Diameter van de gebruikte telecombuis | Tbuis | |
| Tbuis | OmschrijvingUitvoering | TEXT | 50 | Omschrijving uitvoering | nvt | Dit attribuut wordt gebruikt voor omschrijving van de uitvoering voor uitvoeringen die niet meer nieuw worden aangelegd. | Tbuis | ||
| Tbuis | Fabrikant | TEXT | 50 | Fabrikant | FabrikantKabel | Fabrikant naam die geselecteerd moet worden uit een per netobject specifieke keuzelijst. | Tbuis | ||
| Tbuis | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Tbuis | |||
| Tbuis | DatumFabricage | DATE ONLY | Datum Fabricage | nvt | Dag waarop het object is gefabriceerd dan wel gebouwd. Opmerking: Datum waarop de kabel is gefabriceerd.\nNiet te verwarren met aanschafdatum (niet geregistreerd in GIS) of aanlegdatum (wel geregistreerd in GIS) \nMeestal staat dit gegeven op de mantel van de kabel vermeld. | Tbuis | |||
| Tbuis | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Tbuis | ||
| Tbuis | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Tbuis | |
| Tbuis | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Tbuis | |
| Tbuis | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Tbuis | |
| Tbuis | Inmeetwijze | TEXT | 50 | Inmeetwijze | Inmeetwijze | Attribuut dat de wijze van inwinning van de ligging aangeeft. \n | Tbuis | ||
| Tbuis | Nauwkeurigheid | TEXT | 50 | Nauwkeurigheid | NauwkeurigheidXYvalue | Geeft aan wat de nauwkeurigheid is van de ligging van het object. Wordt alleen op kabels en leidingen vastgelegd, niet op de appendages | Tbuis | ||
| Tbuis | RedenNietVerwijdering | TEXT | 50 | Reden niet verwijdering | RedenNietVerwijdering | Reden waarom bij uitgebruikname een kabel toch niet mag worden verwijderd.\n\nVoorbeeldwaarden: asfalt, vervuilde grond, ligt te diep | Tbuis | ||
| Tbuis | Buisnummer | TEXT | 50 | Buisnummer | nvt | Het nummer van de Buis. Dit nummer is fysiek op de buis aangebracht met behulp van buislabels. | Tbuis | ||
| Tbuis | Kleur | TEXT | 50 | Kleur | KleurTelecombuis | Kleur van de buis.\nKeuzelijst. | Tbuis | ||
| Tbuis | Subnettype | TEXT | 50 | Subnettype | 2 | Subnettype | Om onderscheid te maken tussen: Aansluitnet, distributienet en transportnet | Tbuis | |
| Tbuis | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Tbuis | ||
| Tbuis | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Tbuis | ||
| Tbuis | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Tbuis | ||
| Tbuis | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Tbuis | ||
| Tbuis | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | Tbuis | ||
| Tbuis | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Tbuis | |||
| Tbuis | Geometry | SHAPE | 3D Lijngeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een lijn, bestaande uit tenminste twee verbonden punten (vertices), waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Tbuis | |||
| HSkabel | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | HSkabel | ||
| HSkabel | Uitvoering | TEXT | 50 | Uitvoering | 4 | UitvoeringHSKabel | De toegepaste uitvoering van componenten waarmee het overdrachytspunt is gebouwd | HSkabel | |
| HSkabel | Kabelopbouw | TEXT | 50 | Kabel opbouw | OpbouwHSKabel | Geeft de kabelopbouw weer zoals aangeduid door de fabrikant | HSkabel | ||
| HSkabel | OmschrijvingUitvoering | TEXT | 50 | Omschrijving uitvoering | nvt | Dit attribuut wordt gebruikt voor omschrijving van de uitvoering voor uitvoeringen die niet meer nieuw worden aangelegd. | HSkabel | ||
| HSkabel | Fabrikant | TEXT | 50 | Fabrikant | FabrikantKabel | Fabrikant naam die geselecteerd moet worden uit een per netobject specifieke keuzelijst. | HSkabel | ||
| HSkabel | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | HSkabel | |||
| HSkabel | DatumFabricage | DATE ONLY | Datum Fabricage | nvt | Dag waarop het object is gefabriceerd dan wel gebouwd. Opmerking: Datum waarop de kabel is gefabriceerd.\nNiet te verwarren met aanschafdatum (niet geregistreerd in GIS) of aanlegdatum (wel geregistreerd in GIS) \nMeestal staat dit gegeven op de mantel van de kabel vermeld. | HSkabel | |||
| HSkabel | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | HSkabel | ||
| HSkabel | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | HSkabel | |
| HSkabel | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | HSkabel | |
| HSkabel | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | HSkabel | |
| HSkabel | Spanningsniveau | TEXT | 50 | Spanningsniveau | 3 | SpanningsniveauHSKabel | Nominaalspanning waarop de kabel normaliter wordt bedreven | HSkabel | |
| HSkabel | Inmeetwijze | TEXT | 50 | Inmeetwijze | Inmeetwijze | Attribuut dat de wijze van inwinning van de ligging aangeeft. \n | HSkabel | ||
| HSkabel | Nauwkeurigheid | TEXT | 50 | Nauwkeurigheid | NauwkeurigheidXYvalue | Geeft aan wat de nauwkeurigheid is van de ligging van het object. Wordt alleen op kabels en leidingen vastgelegd, niet op de appendages | HSkabel | ||
| HSkabel | RedenNietVerwijdering | TEXT | 50 | Reden niet verwijdering | RedenNietVerwijdering | Het komt steeds vaker voor dat G Leidingen of E Kabels die buiten bedrijf (owel "verlaten") zijn niet kunnen worden verwijderd. In principe behoren deze assets wel verwijderd te worden door de netbeheerder. Als dat niet gedaan kan worden dan dient de "reden voor niet verwijdering" te worden vastgelegd. | HSkabel | ||
| HSkabel | Verbindingnummer | TEXT | 50 | Verbindingnummer | nvt | Nummer waarmee de kabel/verbinding uniek wordt aangeduid. | HSkabel | ||
| HSkabel | FaseAanduiding | TEXT | 50 | Fase aanduiding | Faseaanduiding | Aanduiding die bij een 1 fase verbinding de fase aanduiding weergeeft (bijvoorbeeld: L1, L2, L3). Bij de standaard 3 fasen verbinding staat er : 3 fasen. | HSkabel | ||
| HSkabel | Zegeltekst | TEXT | 50 | Zegeltekst | nvt | Tekst die op het zegel staat. Het zegel zit fysiek aan de E_Kabel vast. | HSkabel | ||
| HSkabel | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | HSkabel | ||
| HSkabel | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | HSkabel | ||
| HSkabel | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | HSkabel | ||
| HSkabel | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | HSkabel | ||
| HSkabel | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | HSkabel | ||
| HSkabel | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | HSkabel | |||
| HSkabel | Geometry | SHAPE | 3D Lijngeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een lijn, bestaande uit tenminste twee verbonden punten (vertices), waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | HSkabel | |||
| HSmof | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | HSmof | ||
| HSmof | Uitvoering | TEXT | 50 | Uitvoering | UitvoeringHSMof | Combinatie van eigenschappen van de mof die de uitvoering uniek benoemen | HSmof | ||
| HSmof | Fabrikant | TEXT | 50 | Fabrikant | FabrikantHSMof | Fabrikant naam die geselecteerd moet worden uit een per netobject specifieke keuzelijst. | HSmof | ||
| HSmof | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | HSmof | |||
| HSmof | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | HSmof | ||
| HSmof | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | HSmof |
| HSmof | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | HSmof | |
| HSmof | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | HSmof | |
| HSmof | Functie | TEXT | 50 | Functie | 1 | FunctieHSmof | De functie die een mof vervult binnen een E Net. \nVoorbeelden: Verbindingsmof, Aftakmof, Omkokeringsmof. | HSmof | |
| HSmof | FaseAanduiding | TEXT | 50 | Fase aanduiding | Faseaanduiding | Aanduiding die bij een 1 fase verbinding de fase aanduiding weergeeft (bijvoorbeeld: L1, L2, L3). Bij de standaard 3 fasen verbinding staat er : 3 fasen. | HSmof | ||
| HSmof | Mofnummer | TEXT | 50 | Mofnummer | nvt | Nummer van de mof. Het mofnummer is een geheel getal groter dan 0.\nBinnen de hoofdleiding moet het mofnummer uniek zijn. | HSmof | ||
| HSmof | Verbindingnummer | TEXT | 50 | Verbindingnummer | nvt | Nummer waarmee de kabel/verbinding uniek wordt aangeduid. | HSmof | ||
| HSmof | NaamMonteur | TEXT | 50 | Naam monteur | nvt | Naam van de monteur die de mof heeft geïnstalleerd | HSmof | ||
| HSmof | CrossBondingAanwezig | TEXT | 50 | Cross bonding aanwezig | JaNee | Geeft aan of cross bonding is toegepast bij deze mof | HSmof | ||
| HSmof | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | HSmof | ||
| HSmof | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | HSmof | ||
| HSmof | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | HSmof | ||
| HSmof | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | HSmof | ||
| HSmof | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | HSmof | ||
| HSmof | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | HSmof | |||
| HSmof | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | HSmof | |||
| HSmof | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | HSmof | |||
| HSstation | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | HSstation | ||
| HSstation | Naam | TEXT | 50 | Naam | nvt | Naam van het station of kast, zoals uitgegeven door de Netbeheerder\n | HSstation | ||
| HSstation | Nummer | TEXT | 50 | Nummer | nvt | Het nummer dat door de Netbeheerder is toegekend aan de kast of het station | HSstation | ||
| HSstation | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | HSstation | |||
| HSstation | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | HSstation | ||
| HSstation | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | HSstation | |
| HSstation | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | HSstation | |
| HSstation | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | HSstation | |
| HSstation | Functie | TEXT | 50 | Functie | 3 | FunctieElectraStation | Typering van de functie en subfunctie van het Station.\n | HSstation | |
| HSstation | Straatnaam | TEXT | 50 | Straatnaam | nvt | Straatnaam (onderdeel van adres) | HSstation | ||
| HSstation | Huisnummer | TEXT | 15 | Huisnummer | nvt | Huisnummer (onderdeel van het adres) | HSstation | ||
| HSstation | HuisnummerToevoeging | TEXT | 15 | Huisnummer toevoeging | nvt | Huisnummertoevoeging (onderdeel van het adres) | HSstation | ||
| HSstation | Postcode | TEXT | 7 | Postcode | nvt | Postcode (Onderdeel van adres) | HSstation | ||
| HSstation | Plaatsnaam | TEXT | 50 | Plaatsnaam | nvt | Plaatsnaam (onderdeel van adres) | HSstation | ||
| HSstation | BGTid | TEXT | 50 | BAGID | nvt | Er is sprake van 3 typen adres aanduiding bij het stationcomplex\n1. Plaatsnaam Assetregister (verplicht; een stationcomplex moet altijd een (woon)plaats hebben) Dit wordt vastgelegd in het attribuut 'Plaatsnaam Assetregister*'\n2. Relatie met BAG adres (niet verplicht). Een stationcomplex kan verwijzen naar 1 volledig adres in de BAG (van het gerelateerde Verblijfsobject worden getoond: woonplaatsnaam+ straatnaam + huisnummer + evt. huisnummer toevoeging+ evt . huisletter +evt. postcode)\n3. Als relatie met BAG adres (verblijfsobject) niet mogelijk is kan het stationcomplex verwijzen naar 1 BAG straatnaam (van de gerelateerde Openbareruimte wordt getoond: naam) \n\nAttribuut 'Plaatsnaam Assetregister*' toont : BAG-woonplaats. Afhankelijk van de situatie wordt het veld 'Adres (BAG)*'eventueel gevuld met informatie uit gerelateerd BAG-adres of vanuit BAG Straatnaam. Elk stationcomplex kan naar hooguit 1 BAG adres verwijzen. 1 stationcomplex kan meerdere gebouwen hebben maar die hebben allen hetzelfde adres. | HSstation | ||
| HSstation | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | HSstation | ||
| HSstation | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | HSstation | ||
| HSstation | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | HSstation | ||
| HSstation | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | HSstation | ||
| HSstation | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | HSstation | ||
| HSstation | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | HSstation | |||
| HSstation | Geometry | SHAPE | 2D Vlakgeometrie | nvt | Vastlegging van het oppervlak in RD-cooordinaten.\nFysieke weergave van een object in de vorm van een vlak, waarbij het vlak de grenzen aangeeft van het object op het maaiveld | HSstation | |||
| Eoliedrukleiding | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Eoliedrukleiding | ||
| Eoliedrukleiding | OmschrijvingUitvoering | TEXT | 50 | Omschrijving uitvoering | nvt | Dit attribuut wordt gebruikt voor omschrijving van de uitvoering voor uitvoeringen die niet meer nieuw worden aangelegd. | Eoliedrukleiding | ||
| Eoliedrukleiding | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Eoliedrukleiding | |||
| Eoliedrukleiding | DatumFabricage | DATE ONLY | Datum Fabricage | nvt | Datum waarop het object is gefabriceerd dan wel gebouwd. | Eoliedrukleiding | |||
| Eoliedrukleiding | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Eoliedrukleiding | ||
| Eoliedrukleiding | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Eoliedrukleiding | |
| Eoliedrukleiding | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Eoliedrukleiding | |
| Eoliedrukleiding | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Eoliedrukleiding | |
| Eoliedrukleiding | Nauwkeurigheid | TEXT | 50 | Nauwkeurigheid | NauwkeurigheidXYvalue | Geeft aan wat de nauwkeurigheid is van de ligging van het object. Wordt alleen op kabels en leidingen vastgelegd, niet op de appendages | Eoliedrukleiding | ||
| Eoliedrukleiding | Inmeetwijze | TEXT | 50 | Inmeetwijze | Inmeetwijze | Attribuut dat de wijze van inwinning van de ligging aangeeft. \n | Eoliedrukleiding | ||
| Eoliedrukleiding | Sectienummer | TEXT | 50 | Sectienummer | nvt | Nummer waarmee de kabelsectie wordt aangeduid waarop de oliedrukleiding wordt toegepast | Eoliedrukleiding | ||
| Eoliedrukleiding | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Eoliedrukleiding | ||
| Eoliedrukleiding | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Eoliedrukleiding | ||
| Eoliedrukleiding | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Eoliedrukleiding | ||
| Eoliedrukleiding | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Eoliedrukleiding | ||
| Eoliedrukleiding | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Eoliedrukleiding | |||
| Eoliedrukleiding | Geometry | SHAPE | 3D Lijngeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een lijn, bestaande uit tenminste twee verbonden punten (vertices), waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Eoliedrukleiding | |||
| Eoliedrukinstallatie | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Eoliedrukinstallatie | ||
| Eoliedrukinstallatie | OmschrijvingUitvoering | TEXT | 50 | Omschrijving uitvoering | nvt | Dit attribuut wordt gebruikt voor omschrijving van de uitvoering voor uitvoeringen die niet meer nieuw worden aangelegd. | Eoliedrukinstallatie | ||
| Eoliedrukinstallatie | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | Eoliedrukinstallatie | |||
| Eoliedrukinstallatie | DatumFabricage | DATE ONLY | Datum Fabricage | nvt | Datum waarop het object is gefabriceerd dan wel gebouwd. | Eoliedrukinstallatie | |||
| Eoliedrukinstallatie | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | Eoliedrukinstallatie | ||
| Eoliedrukinstallatie | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | Eoliedrukinstallatie |
| Eoliedrukinstallatie | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | Eoliedrukinstallatie | |
| Eoliedrukinstallatie | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | Eoliedrukinstallatie | |
| Eoliedrukinstallatie | Volgnummer | TEXT | 50 | Volgnummer | nvt | Volgnummer dat aan de oliedrukinstallatie is toegekend om meerdere installaties te kunnen onderscheiden | Eoliedrukinstallatie | ||
| Eoliedrukinstallatie | Sectienummer | TEXT | 50 | Sectienummer | nvt | Nummer waarmee de kabelsectie wordt aangeduid waarop de oliedrukinstallatie wordt toegepast | Eoliedrukinstallatie | ||
| Eoliedrukinstallatie | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Eoliedrukinstallatie | ||
| Eoliedrukinstallatie | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | Eoliedrukinstallatie | ||
| Eoliedrukinstallatie | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | Eoliedrukinstallatie | ||
| Eoliedrukinstallatie | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | Eoliedrukinstallatie | ||
| Eoliedrukinstallatie | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Eoliedrukinstallatie | |||
| Eoliedrukinstallatie | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | Eoliedrukinstallatie | |||
| Eoliedrukinstallatie | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | Eoliedrukinstallatie | |||
| TbuisAppendage | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | TbuisAppendage | ||
| TbuisAppendage | Soort | TEXT | 50 | Soort | 3 | SoortTelecomBuisAppendage | Aanduiding welk soort buisappendage is toegepast, keuzelijst | TbuisAppendage | |
| TbuisAppendage | DatumAanleg | DATE ONLY | Datum aanleg | nvt | Datum van aanleg tot op dag nauwkeurig. | TbuisAppendage | |||
| TbuisAppendage | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | In dit attribuut kan de aannemer ontbrekende keuzelijstitems documenteren | TbuisAppendage | ||
| TbuisAppendage | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | TbuisAppendage |
| TbuisAppendage | Bedrijfstoestand | TEXT | 50 | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Bedrijfstoestand | Geeft aan of de asset in bedrijf is, verlaten of reserve (zie statusmodel) | TbuisAppendage | |
| TbuisAppendage | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | TbuisAppendage | |
| TbuisAppendage | Subnettype | TEXT | 50 | Subnettype | Subnettype | Om onderscheid te maken tussen: Aansluitnet, distributienet en transportnet | TbuisAppendage | ||
| TbuisAppendage | TypeOmschrijving | TEXT | 50 | Type omschrijving | nvt | Dit attribuut kan de aannemer gebruiken om een type buisappendage te benoemen dat niet voorkomt in de keuzelijst | TbuisAppendage | ||
| TbuisAppendage | Eigenaar | TEXT | 50 | Eigenaar | EigenaarBeheerder | Typering van de eigenaar van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | TbuisAppendage | ||
| TbuisAppendage | Beheerder | TEXT | 50 | Beheerder | EigenaarBeheerder | Typering van de beheerder van het object (zoals Gemeente, Netbeheerder, derden) | TbuisAppendage | ||
| TbuisAppendage | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | TbuisAppendage | ||
| TbuisAppendage | AssetId | TEXT | 255 | AssetId | nvt | Netbeheerder Asset Nummer. Wordt uitgegeven door de Netbeheerder.\nHet NAN is een uniek, tijdloos, betekenisloos en systeem-onafhankelijk ID. \nHet wordt gebruikt om informatie-objecten waarvan informatie in verschillende databases is opgeslagen te kunnen identificeren.\nBij Liander gebruikt men daarvoor de GUID.\nVergelijk Wikipedia : Een globally unique identifier of GUID (spreek uit: goe-ied) is een pseudowillekeurig getal dat gebruikt wordt in softwaretoepassingen, en dat verondersteld wordt wereldwijd uniek te zijn. Hoewel elke GUID niet 100% gegarandeerd uniek is, is het totaal aantal unieke sleutels (2128 of 3,4028×1038) zo groot dat de kans op de creatie van twee keer dezelfde GUID erg klein is.\n\nEen GUID is een getal van 16 bytes (128 bits), geschreven in hexadecimale vorm, zoals: \n3F2504E0 4F89 11D3 9A 0C 03 05 E8 2C 33 01\nGUID's worden vaak geschreven in de vorm van 4 bytes, dan 3 keer 2 bytes, en ten slotte nog eens 6 bytes, zoals: \n{3F2504E0-4F89-11D3-9A0C-0305E82C3301} | TbuisAppendage | ||
| TbuisAppendage | Artikelcodering | TEXT | 50 | Artikelcodering | nvt | Uniek en identificerend kenmerk van het individuele object, door fabrikant op het object aangebracht en geautomatiseerd in te lezen, indien aanwezig. Indien geen uniek nummer op het object zelf aanwezig is, kan dit ook worden gebruikt voor vastlegging van de typecodering zoals gebruikt door de leverancier of eigen voorraadsysteem. | TbuisAppendage | ||
| TbuisAppendage | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | TbuisAppendage | |||
| TbuisAppendage | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | TbuisAppendage | |||
| TbuisAppendage | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | TbuisAppendage | |||
| AinUittredepunt | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | AinUittredepunt | ||
| AinUittredepunt | Richting | TEXT | 50 | Richting | 1 | InUit | Maakt onderscheid tussen intredepunt of Uittredepunt | AinUittredepunt | |
| AinUittredepunt | Status | TEXT | 50 | Status | Status | Status | Status | Geeft de toestand van de asset weer in de asset lifecycle, vertaald naar NLCS Status | AinUittredepunt |
| AinUittredepunt | Bewerking | TEXT | 50 | Bewerking | Bewerking | Bewerking | NLCS Bewerking wordt gebruikt om aan te geven welke bewerking/aanpassing in het project moet worden gedaan (ontwerptekening) of is uitgevoerd (as-buitl tekening) op het betreffende object. | AinUittredepunt | |
| AinUittredepunt | Kunstwerknummer | TEXT | 50 | Kunstwerknummer | nvt | Uniek nummer waarmee het kunstwerk wordt aangeduid | AinUittredepunt | ||
| AinUittredepunt | AanlegtechniekID | TEXT | 255 | Handle Aanlegtechniek | nvt | Wordt gebruikt om de relatie te leggen tussen de AanlegTechniek en de bijbehorende In/Uittredepunten | AinUittredepunt | ||
| AinUittredepunt | GisId | TEXT | 255 | GIS ID | nvt | De unieke sleutel die het object heeft in het GIS systeem van de Netbeheerder | AinUittredepunt | ||
| AinUittredepunt | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | AinUittredepunt | |||
| AinUittredepunt | Geometry | SHAPE | 3D Puntgeometrie | nvt | Fysieke weergave van een objecten in de vorm van een punt , waarbij de Z-coördinaat na inmeting de absolute Z weergeeft t.o.v. NAP | AinUittredepunt | |||
| AinUittredepunt | Hoek | DOUBLE | Hoek | nvt | De hoek waaronder het symbool is geplaatst in graden. Deze wordt gebruikt om het object met de juste hoek in het kaartbeeld weer te geven | AinUittredepunt | |||
| AprojectReferentie | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | AprojectReferentie | ||
| AprojectReferentie | Projectnummer | TEXT | 50 | Projectnummer | nvt | Projectnummer voor het project volgens de opdrachtgever | AprojectReferentie | ||
| AprojectReferentie | Toelichting | TEXT | 255 | Toelichting | nvt | Toelichting op het project | AprojectReferentie | ||
| AprojectReferentie | Netbeheerder | TEXT | 50 | Netbeheerder | Netbeheerder | Netbeheerder die opdrachtgever is van het project | AprojectReferentie | ||
| AprojectReferentie | NaamAannemer | TEXT | 50 | Naam aannemer | nvt | Aannemer die opdrachtnemer is van het project | AprojectReferentie | ||
| AprojectReferentie | Volgnummer | LONG | Volgnummer | nvt | Volgnummer waarmee wordt aangegeven welke opvolgende deelrevisie in deze tekening wordt geleverd. | AprojectReferentie | |||
| AprojectReferentie | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | AprojectReferentie | |||
| AprojectReferentie | Geometry | SHAPE | 2D vlakgeometrie | nvt | Vlakgeometrie die weergeeft in welk gebied het project plaatsvindt | AprojectReferentie | |||
| AprojectReferentie | Tekeningtype | TEXT | 50 | Tekeningtype | Tekeningtype | Geeft aan wat voor soort tekening in het bestand zit: BESTAANDE SITUATIE, VOORONTWERP, DEFINTIEF ONTWERP, DEELREVISIE, EINDREVISIE | AprojectReferentie | ||
| Averplaatsing | ID | TEXT | 255 | ID | nvt | Unieke ID binnen het NLCS++ Netbeheer uitwisselformaat | Averplaatsing | ||
| Averplaatsing | Situatie | TEXT | 50 | Situatie voor of na verplaatsing | SituatieVerplaatsing | Geeft weer of de geometrie de ligging voorafgaand of na de verplaatsing weergeeft | Averplaatsing | ||
| Averplaatsing | ObjectType | TEXT | 50 | ObjectType | ObjectType | Geeft weer voor welk type object deze verplaatsing is getekend | Averplaatsing | ||
| Averplaatsing | AssetObjectID | TEXT | 255 | AssetObjectID | nvt | Geeft de ID (unieke verwijzing) van het object dat wordt verplaatst | Averplaatsing | ||
| Averplaatsing | DatumTijdMutatie | DATE | DatumTijd laatste Mutatie | nvt | Automatisch door het systeem te vullen datumTijdstempel voor de laatst doorgevoerde mutatie van het object | Averplaatsing | |||
| Averplaatsing | Geometry | SHAPE | 3D lijngeometrie | nvt | De ligging van het verplaatste deel van het lijnobject voor of na verpaatsing | Averplaatsing |